Marjolein Jansen

'De crux zit in de gezamenlijke uitvoering'

Marjolein Jansen over de Nota Ruimte als leidende visie voor ruimtelijke keuzes

In september vorig jaar verscheen het ontwerp van de Nota Ruimte. Dit is de langetermijnvisie van het Rijk op de ruimtelijke inrichting van Nederland en maakt ruimtelijke keuzes voor 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. De Nota Ruimte is onze Nationale Omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet, en is het product van intensieve samenwerking tussen overheden. Deze visie is gebaseerd op veel data en analyses over bijvoorbeeld demografie, economie, klimaatscenario’s, prognoses over woningbouw, infrastructuur en de ontwikkeling van natuur en land. 

Na het verschijnen van het ontwerp zijn we als departementen met provincies, gemeenten en waterschappen in gesprek gegaan over de gemaakte keuzes en om input op te halen over de uitvoeringsstrategie. Nu werken we toe naar een definitieve Nota Ruimte en hoe we uitvoering kunnen geven aan de gemaakte keuzes. Daarnaast vragen de accenten van het nieuwe kabinet ook een herijking op het ontwerp. 

De nationale keuzes moeten uiteindelijk een planologische doorwerking krijgen. Dat gaat om provinciale en soms gemeentelijke omgevingsvisies en -plannen, maar mogelijk ook in waterschapsverordeningen. Daarmee is er een nauwe samenhang en verwevenheid tussen de ruimtelijke keuzes en de deltabeslissingen. Regie op de ruimtelijke ordening krijgt dus ook vorm door de blijvende samenwerking in beleidstrajecten die onze leefomgeving raken.

De Nota Ruimte is een zelfbindend rijkskader, maar veel ruimtelijke keuzes kunnen en moeten op regionaal of provinciaal niveau gemaakt worden. Juist op dat schaalniveau kunnen sectorale opgaven beter worden gekoppeld en afgestemd op de specifieke wensen, behoeften en gebiedskenmerken.

Integrale keuzes voor het water- en bodemsysteem

Er is veel gesproken over het verschil tussen ‘rekening houden met water en bodem’ en het begrip ‘water en bodem sturend’. In de kern hebben we in het ontwerp van de Nota Ruimte keuzes gemaakt om ons land ook in de toekomst op een goede manier in te richten. En daarbij hebben we rekening gehouden met het water- en bodemsysteem, en de ontwikkeling daarvan. Zo maken we een aantal integrale ruimtelijke keuzes voor het water- en bodemsysteem, namelijk:

  • Meer aansluiten bij de natuurlijke systeemwerking zodat de leefbaarheid voor de langere termijn wordt geborgd, terwijl we tegelijkertijd ook de zoetwaterverdeling optimaliseren.
  • We zorgen ervoor dat ruimtelijke functies in een duurzame relatie komen te staan met de huidige en toekomstige condities van het systeem;
  • We kiezen voor een samenhangende en meer regionale aanpak van de opgaven. Door gebiedskenmerken centraal te stellen, doen we meer recht aan de complexe wisselwerking tussen de gewenste functies in een gebied en tussen de regionale systemen en het hoofdsysteem.

Dit krijgt concrete doorwerking in drie bouwstenen (zie bijgevoegde kaarten):

  • Toekomstbestendig hoofdwatersysteem
  • Regionale systemen in balans
  • Klimaatadaptieve inrichting

Bouwsteen 1: Op nationaal schaalniveau werken we aan een toekomstbestendig hoofdwatersysteem

Beeld: © Ontwerp Nota Ruimte

Bouwsteen 2: Op regionaal schaalniveau zorgen we voor regionale systemen in balans

Beeld: © Ontwerp Nota Ruimte

Bouwsteen 3: Op lokaal schaalniveau zorgen we voor een klimaatadaptieve inrichting van alle functies

Beeld: © Ontwerp Nota Ruimte

De kaarten maken duidelijk dat deze keuzes ook doorwerken in ruimtelijke keuzes van andere sectoren, bijvoorbeeld:

  • In principe niet investeren in nieuwe technische maatregelen om water te brengen naar gebieden waar dat op termijn niet houdbaar is. 
  • Nieuwe grote watervragers niet op locaties waar op de lange termijn de zoetwaterbeschikbaarheid niet kan worden gegarandeerd. 
  • Zorgen dat de ontwikkeling van grootschalige woningbouwlocaties goed past bij de condities van het water- en bodemsysteem. Zoals de ontwikkeling van vitale functies, zoals ziekenhuizen of bepaalde energievoorzieningen, op plekken die minder kwetsbaar of klimaatbestendig zijn. 

‘Het naar onze hand zetten van het water- en bodemsysteem loopt op zijn einde. Daarom moeten we ons er opnieuw toe verhouden’

Nederland is historisch gezien opgebouwd uit de samenhang tussen water en ruimte, het geeft het landschap vorm en maakt Nederland herkenbaar. Dat zien we bijvoorbeeld in de drooggemaakte polders zoals de Beemster. In die polders heeft de strijd tegen het water eveneens waardevol cultureel erfgoed opgeleverd zoals de Hollandse waterlinie, waar het water is ingezet om ons te beschermen. Het naar onze hand zetten van het water- en bodemsysteem (dat we in de twintigste eeuw vooral hebben gedaan) kan, vanwege klimaatverandering, steeds minder. En daarom moeten we ons opnieuw gaan verhouden tot het water- en bodemsysteem.

Doorwerking Nota Ruimte in Deltabeslissingen en Nationaal Waterprogramma

De definitieve Nota Ruimte is straks (zoals vastgelegd in de Omgevingswet) de kaderstellende visie waarbinnen alle ruimtelijke keuzes moeten passen. Dat betekent dat de doorwerking van de herijking van de Deltabeslissingen in het op te stellen Nationaal Waterprogramma (NWP), moeten passen binnen de koers en de kaders van de Nota Ruimte. Dankzij intensieve samenwerking zijn de keuzes en koers van de Nota Ruimte en de herijking van de Deltabeslissingen in lijn met elkaar.

‘Mijn oproep is om de integraliteit en nauwe samenwerking tussen ruimte en water vast te houden, zodat we de juiste keuzes maken voor de toekomst'

Een vraag die ik ook op het Deltacongres kreeg is: hoe gaat het nu verder? Het gezamenlijk opstellen van een ruimtelijke visie is één ding, maar de crux zit hem ook in de gezamenlijke uitvoering. Daar hebben we elkaar hard bij nodig; niet alleen de rijkspartijen maar ook de provincies, gemeenten en de waterschappen. Zoals de Omgevingswet van ons vraagt, zullen we bij de uitvoering op een integrale wijze en als één overheid de keuzes moeten uitwerken en tot realisatie komen. Voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen geldt: we zullen allemaal onze rol moeten pakken. Het is belangrijk dat we goed kijken naar meervoudig ruimtegebruik. Zoals we in de ontwerp-Nota Ruimte ook zeggen: ruimte is schaars en waardevol. We zoeken waar het kan naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit.

Mijn oproep is dan ook om de integraliteit en nauwe samenwerking tussen ruimte en water vast te houden, zodat we de juiste keuzes maken voor een toekomstbestendige inrichting van ons land.