
Het kwetsbare systeem achter de noordelijke wateraanvoer
De lange arm van het IJsselmeer reikt tot in Groningen en Drenthe
Wie het IJsselmeergebied op een kaart aanwijst, tekent al snel een cirkel rond de Afsluitdijk en steden als Enkhuizen, Lelystad en Harderwijk. Maar die cirkel is te klein. Via Friesland en Groningen stroomt het water van het meer namelijk nog veel verder het land in, naar de Veenkoloniën en Oost-Groningen, honderden kilometers van waar het begon. Hydroloog Francine Engelsman van waterschap Hunze en Aa’s kent die route van begin tot eind. In de koloniën en Oost-Groningen is de afhankelijkheid van dat aangevoerde water groot en veelzijdig. Boeren beregenen er hun land mee, natuurgebieden hebben het nodig voor hun ecologische doelen en grote industriële bedrijven zoals Avebe gebruiken oppervlaktewater voor hun productieprocessen. Engelsman: ‘Het is een systeem van gemalen, kanalen, vergunningen en afspraken. Een systeem dat onder druk staat.’
Beeld: © Francine Engelsman
Francine Engelsman
Nieuw beleidskader voor watervragers
Waterschap Hunze en Aa’s speelt een centrale rol in de verdeling van het water: het waterschap geeft onder andere vergunningen uit voor de onttrekking van oppervlaktewater. Wie water wil oppompen uit een kanaal of sloot, of dat nu een boer is, een gemeente of een fabriek, heeft daar toestemming voor nodig. ‘We zijn nu bezig met een nieuw beleidskader voor watervragers’, vertelt Engelsman. De zomer van 2018 was een keerpunt. Water werd zo schaars dat de landbouw beperkingen kreeg opgelegd voor beregening. ‘Op dit moment is er nog genoeg water, maar droge periodes komen steeds vaker voor. Dus stellen we nieuwe vragen aan bedrijven die water willen onttrekken, zowel aan nieuwe als aan bestaande bedrijven: kun je alternatieven bedenken? Een alternatieve bron aanleggen, water opslaan, hergebruiken? En hoe lang kun je eigenlijk zonder water als de nood aan de man komt? Dat beleidskader testen we nu in het hele IJsselmeergebied, samen met de andere organisaties.’
‘We stellen nieuwe vragen aan bedrijven: kun je een alternatieve bron aanleggen, water opslaan, hergebruiken?’
Waterschap denkt mee met bedrijven, agrariërs en in Europees verband
De bewustwording dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, groeit, merkt Engelsman. Bij álle partijen. ‘Iedereen realiseert zich steeds beter dat we allemaal dezelfde bron van zoetwater gebruiken en dat die steeds minder water bevat.’ Die bewustwording zorgt voor een gevoel van urgentie. Zo zijn bedrijven volop bezig met het ontwikkelen van manieren om water efficiënter te gebruiken en te hergebruiken. Daarin denkt het waterschap ook mee. ‘We zijn onder andere in gesprek met bedrijven over het hergebruiken van water tussen industrieën onderling: water van het ene bedrijf doorzetten naar het andere, cascadering van water op industrieel niveau.’
Niet alleen de industrie, ook de landbouw buigt zich over dit vraagstuk. En ook daarin heeft het waterschap een ondersteunende rol. ‘We ondersteunen pilots waarin agrarische collectieven onderzoek doen naar manieren om een betere vochtopname in de bodem te realiseren, zodat gewassen minder snel last hebben van droogte.’ Ook in Europees verband werkt Hunze en Aa’s aan die vraagstukken. Als een van de 23 partners in Blue Transition, waarvan ook het Drentsche Aa-gebied onderdeel uitmaakt, onderzoeken ze hoe de waterhuishouding moet worden aangepast om in te spelen op klimaatverandering en hoe een regio als de Veenkoloniën waterrobuust kan blijven.
Het landschap als spons
Een deel van de oplossing ligt in het landschap zelf. In de afgelopen decennia zijn beken rechtgetrokken voor efficiënte doorstroom, maar die ingreep blijkt zijn prijs te hebben. ‘We weten nu dat het beter is om die stroom te vertragen’, zegt Engelsman. ‘Zodat water in de bodem kan zakken en het grondwater aanvult. Als beken hun oude meanders terugkrijgen, helpt dat bij het vergroten van de natuurlijke sponswerking van het landschap. En daarmee vergroot het de veerkracht van het hele systeem.’
Om al deze dingen te realiseren en om met elkaar te blijven nadenken over oplossingen voor de toekomst is er veel overleg nodig. Niet alleen binnen Drenthe en Oost-Groningen, maar met álle partijen die in het IJsselmeergebied betrokken zijn: waterschappen, provincies, gemeenten, bedrijven, boeren, de recreatiebranche en natuurorganisaties. Dat overleg vindt volop plaats op alle niveaus. ‘Wederzijds begrip is de sleutel’, zegt Engelsman. ‘Alleen als we van elkaar begrijpen waar we tegenaan lopen en wat de individuele afhankelijkheden zijn, kunnen we samen tot goede oplossingen en afspraken komen. Het IJsselmeer eindigt niet bij de dijk. En de verantwoordelijkheid voor dat water ook niet.’