Minder erosie door meer ruimte voor de rivierbodem

Programma Ruimte voor de Rivier 2.0 onderzoekt maatregelen om erosie tegen te gaan

Deze zomer neemt het kabinet een besluit over maatregelen om de daling van de rivierbodem te stoppen. Rivierbodemdaling heeft grote gevolgen en raakt alle gebruikers van de rivier. Deze gevolgen kosten de samenleving potentieel honderden miljoenen euro’s. Rivierbodemdaling is daarmee het meest urgente probleem dat programma Ruimte voor de Rivier (RvdR2.0) probeert op te lossen met verschillende maatregelen.

Als je naar de rivier kijkt, zie je er niets van. Maar onder het wateroppervlak speelt zich iets alarmerends af: de rivierbodem daalt. Omdat de rivier steeds minder ruimte heeft gekregen, stroomt het water steeds sneller. Het stroomt op sommige delen zó snel, dat zand en grind (sediment) geen kans krijgt naar de bodem te zakken. Op deze manier wordt meer sediment afgevoerd dan aangevoerd. Zo schuurt het water de bodem steeds verder uit. Het gevolg is dat de rivierbodem daalt. Dat gebeurt met name op de Maas en de Waal, in mindere mate op de IJssel. Zo is de bodem van de Waal de afgelopen decennia op plekken anderhalf tot twee meter lager komen te liggen. En als we niet ingrijpen op de Gemeenschappelijke Maas, zal de rivierbodem daar in 2075 ook met gemiddeld twee meter gedaald zijn.

Grote schade als gevolg van bodemerosie

De erosie van de rivierbodem heeft grote gevolgen, met name tijdens lage waterafvoeren door droogte. In 2018, toen het extreem droog was, werd dit duidelijk zichtbaar.

  • Ontstaan van drempels hindert de scheepvaart
    Omdat de rivierbodem niet overal even hard daalt en door kabels en leidingen die door bodemdaling bloot komen te liggen, ontstaan ‘drempels’ die de scheepvaart hinderen. In combinatie met laagwater, betekent dit vaak dat schepen minder vracht kunnen vervoeren. Dit betekent per schip vaak tientallen extra vrachtwagens op de weg.
  • Landbouwgrond en natuur verdrogen door lage grondwaterstanden
    Ook zorgt de dalende rivierbodem voor verdroging van de grond in de omgeving. Water zoekt altijd het laagste punt, en door de dalende rivierbodem wordt de rivier dat steeds vaker. Hierdoor sijpelt grondwater uit de omgeving richting de rivier. Landbouwgrond verdroogt hierdoor en ook uiterwaarden komen droog te liggen. Dit is slecht voor de natuurontwikkeling in de uiterwaarden.
  • Zoetwatervoorziening en verdeling komt onder druk te staan
    Rivieren zijn daarnaast van cruciaal belang voor de zoetwatervoorziening van grote delen van Nederland. In de zomerperiode levert de Rijn 80% van het zoetwater in Nederland. Door de bodemdaling verandert de afvoerverdeling, waardoor er minder water over de het Pannerdensch Kanaal en de IJssel naar het IJsselmeer stroomt. De zoetwatervoorziening voor delen van Nederland komt hierdoor onder druk te staan.

'Het belangrijkste uitgangspunt is dat de aanvoer en afvoer van sediment weer in balans moet zijn'

Een combinatie van oplossingen

De droge zomers van 2018, 2019 en 2022 lieten zien hoe groot de schade is van droogte. Dit wordt versterkt door de rivierbodemdaling. En de verwachting is dat dit soort problemen vaker voorkomt door klimaatverandering. Daarom werken Rijk en regio in het programma RvdR2.0 samen aan maatregelen om rivierbodemdaling door erosie te stoppen en waar mogelijk de afvoerverdeling te herstellen.

RvdR2.0 onderzoekt verschillende manieren om bodemerosie aan te pakken. Het kabinet neemt deze zomer een besluit over de maatregelen. Het belangrijkste uitgangspunt is dat de aanvoer en afvoer van sediment weer in balans moet zijn. Er zijn twee hoofdoplossingen om erosie tegen te gaan, die in combinatie kunnen worden ingezet:

  1. Structurele suppletie van zand en grind: bij suppleren wordt extra zand en grind toegevoegd aan de rivier. Zo wordt het sediment, dat door erosie verdwijnt, elk jaar weer aangevuld en stabiliseert de rivierbodem.
  2. Rivierbed verbreden: hierdoor krijgt de rivier meer ruimte, dat vermindert de stroomsnelheid en dus de kracht waarmee sediment wordt afgevoerd. Zo wordt de oorzaak van erosie direct aangepakt.

Het verruimen van de rivier kan met de aanleg van een ‘meergeulensysteem’. In dit systeem worden er geulen naast de hoofdgeul aangelegd. De hoofdgeul is het deel van de rivier waar het water altijd stroomt en waar de bodemerosie plaatsvindt. Na aanleg van het meergeulensysteem stroomt een deel van het water bij hoge waterstanden via de nieuwe geulen. Als gevolg daarvan neemt de stroomsnelheid van het water in de hoofdgeul af en vermindert dus ook de bodemerosie. Het meergeulensysteem wordt altijd toegepast in combinatie met (beperkt) suppleren.

Sturen met Stuw Driel

Het besluit dat de minister dit jaar neemt, draagt ook bij aan de doelen van het Deltaprogramma (DP) Zoetwater. DP Zoetwater adviseert over de gewenste verdeling van water over het hoofdwatersysteem bij lage afvoeren. Binnen het hoofwatersysteem speelt Stuw Driel hierbij een belangrijke rol. Door de werking van de stuw kan er water via de IJssel naar het IJsselmeer worden gestuurd. En bij lage afvoeren kan er meer water worden gestuurd naar bijvoorbeeld het westen om verzilting tegen te gaan, of juist naar het IJsselmeer als daar tekorten zijn. Dit heet situationeel sturen. Daarbij wordt goed gekeken naar de belangen voor de bevaarbaarheid van de IJssel en voor de zoetwatervoorziening van West- en Noord-Nederland.

Hoe meer water naar het Pannerdensch Kanaal stroomt, hoe meer water stuw Driel bereikt. Zo heeft de stuw voldoende water om het te sturen naar waar dit het hardst nodig is. Maar door de bodemdaling van de Waal wordt dat steeds moeilijker. Omdat de bodem van de Waal steeds lager komt te liggen, stroomt er meer water naar de Waal en dus minder naar het Pannerdensch Kanaal en stuw Driel. Als gevolg kan stuw Driel minder effectief sturen op de waterverdeling bij laag water.

Een meergeulensysteem zou het nog beter mogelijk maken om het water daadwerkelijk te verdelen zoals het DP Zoetwater adviseert. DP Zoetwater en RvdR2.0 hebben dus elk een eigen rol, maar werken aan hetzelfde doel: een rivierengebied dat ook bij laag water goed blijft functioneren.