
Deltaprogramma 2027: aan de bak
Voorwoord van deltacommissaris Co Verdaas
Deze week heeft minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat namens het kabinet het Deltaprogramma 2027 aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Dit jaar is het een bijzonder Deltaprogramma omdat het hart gevormd wordt door de (Tweede) Herijking van onze deltabeslissingen en voorkeurstrategieën, een grondige check dus op de houdbaarheid van de aanpak van het Nationaal Deltaprogramma.
Toen we in 2010 van start gingen met het Deltaprogramma gingen we er nog vanuit dat het klimaat geleidelijk zou gaan veranderen. Inmiddels weten we beter, het gaat sneller en de gevolgen zijn heftiger. We zijn wereldvermaard om ons waterbeheer, maar we gaan het daarmee in de toekomst niet redden. We moeten de manier waarop we hier leven aanpassen en ons land anders gaan inrichten en gebruiken. Dit gaat mensen in hun bestaan raken.
We hebben de laatste jaren al een voorproefje gehad van wat ons in het klimaat van de toekomst te wachten staat. Extreem droge jaren, een regenbui in Limburg die buiten alle statistieken viel en een winter waarin we het water nog amper weggepompt kregen. Deze zomer sneuvelde het ene na het andere record, met een laagterecord op de Rijn dat we op zijn vroegst pas voor ergens in de volgende eeuw hadden voorzien. En deze zomer heeft ook laten zien dat de opgaven alle partners en domeinen raken. Aan het vervolg en de uitvoering zullen we dus ook samen invulling moeten geven.
De conclusie van de tweede herijking is helder: we moeten onze aanpak aanpassen en de koers bijstellen. Het watersysteem piept en het kraakt. De extremen van nu laten zien hoe kwetsbaar we zijn, voor te weinig water en voor te veel water. Het brengt ook scherp in beeld hoe groot de uitdagingen zijn. Uit de herijking komt naar voren dat alleen technische ingrepen niet voldoende zijn. De nieuwe koers zet in op een bredere aanpak waarbij een aanpassing van het landgebruik in de meeste kwetsbare gebieden onafwendbaar is. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de Bollenstreek, de hoge zandgronden, de Noord-Hollandse kust en gebieden in Friesland en Groningen.
Voor de periode 2021-2027 hebben de waterschappen, het Rijk en andere overheden 800 miljoen euro uitgetrokken voor technische en ruimtelijke maatregelen om de aanvoer van zoetwater in droge periodes te verbeteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het laten meanderen van beken en de aanleg van waterbuffers. De afgelopen zomer zijn dergelijke maatregelen in de verschillende gebieden met succes ingezet. Zonder deze ingrepen waren de problemen in de droge zomer van ’26 aanzienlijk groter geweest.

Beeld: © Valerie Kuypers
Overhandiging eindrapport Tweede Herijking
In de herijking van de huidige aanpak komt naar voren dat er ook daarna nog flinke investeringen nodig zijn voor de beschikbaarheid van zoetwater en het afremmen van verzilting. Er stroomt in droge tijden steeds minder water naar het IJsselmeer, terwijl de helft van het land afhankelijk is van het zoete water uit dit reservoir in perioden als er geen neerslag valt.
Er zijn miljarden nodig als we een veilige en leefbare delta willen houden. We zien dat het huidige kabinet oog heeft voor de opgaven die er liggen, dat geeft vertrouwen. Maar de boodschap is helder: overheden, ondernemers en ook de inwoners moeten een tand bijzetten. Waterbewuste inwoners en ondernemers zijn onmisbaar om weerbaar en veerkrachtig te zijn voor wateroverlast door extreme regen, hitte, droogte en de gevolgen van een overstroming. Ik heb er vertrouwen in dat we dit met alle 18 miljoen deltawerkers gewoon gaan doen. Aan de bak!