
Hoeveel risico zijn we bereid te accepteren?
In gesprek met Els Otterman en Roel Bronda van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Wat is er nodig om te kunnen leven en werken in een land dat voor een groot deel onder zeeniveau ligt? Het antwoord op die vraag wordt steeds complexer. Klimaatverandering, verstedelijking en andere ontwikkelingen maken duidelijk dat dit niet langer een technisch vraagstuk is. Het gaat steeds vaker over ruimtelijke keuzes: welke risico’s accepteren we waar en wat zijn we bereid te betalen om die te beperken? We gaan hierover in gesprek met Els Otterman en Roel Bronda, van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Els Otterman 
Roel Bronda
Een systeem onder druk
Het systeem dat Nederland al eeuwen drooghoudt, krijgt er steeds meer uitdagingen bij. Water afvoeren én vasthouden. Bodemdaling beperken. Natuur herstellen en ruimte bieden aan woningbouw. En terwijl de samenleving meer vraagt van het watersysteem, neemt de druk door klimaatverandering verder toe. ‘We kunnen het systeem nog wel verder optimaliseren', zegt Otterman, ‘maar op de lange termijn weten we dat dat niet genoeg is.’ Daar wringt het, want de reflex is vaak technisch: een extra gemaal, een bredere watergang, een hogere kade. ‘Dat is begrijpelijk', zegt Bronda. ‘Waterschappen zijn van nature dienstbaar en lossen het graag op.’ 'Maar', zegt Otterman, ‘we moeten ons steeds afvragen of dat verstandig en betaalbaar is. We kunnen niet elk risico wegnemen. De vraag is waar we ons geld, onze tijd en energie het beste voor kunnen inzetten: in meer techniek of in een slimmere inrichting van de ruimte?’
Omgaan met risico’s en water als vertrekpunt
Wateroverlast is dus meer dan een technisch vraagstuk; het is ook een maatschappelijke en economische afweging. ‘Het kan een keer misgaan', zegt Bronda. ‘De vraag is hoe groot de gevolgen dan zijn.’ Zeker in een regio als Centraal Holland, waar lage ligging, veel economische activiteiten en afhankelijkheid van het watersysteem samenkomen. De schade bij grootschalige wateroverlast kan daar oplopen tot miljarden. Zijn we ons daarvan bewust, en bereid om dat te accepteren?
'Het gaat er niet meer om óf we risico’s accepteren, maar hoeveel en wáár', vervolgt Bronda. 'Dat vraagt om gerichter kijken: waar zorgt wateroverlast echt voor problemen? In een woonwijk, bij een ziekenhuis of op een bedrijventerrein? Dáár wil je ingrijpen, op de plekken waar maatregelen het meeste effect hebben. En dan nog blijft er altijd een restrisico.' Otterman: ‘Ook daar moeten we ons op voorbereiden. Kunnen we de gevolgen opvangen als het toch misgaat? Blijven ziekenhuizen bereikbaar? Kan het openbaar vervoer door? Weten mensen wat ze moeten doen? En blijven vitale functies werken? Het gaat niet alleen om een robuust watersysteem, maar ook over een weerbare samenleving.’
Water als vertrekpunt
‘En dan kom ik weer terug bij het inrichten van de ruimte. Als we bij ruimtelijke ontwikkelingen water als vertrekpunt nemen, hoeven we achteraf geen dure technische oplossingen te bedenken om de risico’s op wateroverlast te verkleinen. Maar gemeenten, provincies, bedrijven en inwoners kijken allemaal anders naar risico’s, kosten en keuzes. Als we met elkaar kunnen afwegen waar die risico’s wel en niet acceptabel zijn, dan kunnen we daar ook naar handelen. Waar bouwen we dan wel, waar niet? Wat beschermen we? Welke functies passen op welke plek? En waar grijpen we in? Uiteindelijk gaat het er niet om óf, maar hoeveel risico we samen willen dragen', sluit Otterman af.