'Klimaatadaptatie is nadrukkelijk ook een sociale opgave’

Onderzoek naar gender en klimaat

In 2025 onderzochten Stichting CAS, Hogeschool Rotterdam en Terramar Museum voor het ministerie van OCW hoe sociaaleconomische factoren samenhangen met klimaatschade en hoe we klimaatbeleid effectiever en efficiënter kunnen maken. Begin dit jaar verscheen het eindrapport ‘Klimaateffecten, Gender en Ongelijkheid’. Onderzoekers Lisette Klok en Sara Vermeulen vertellen meer over de resultaten. 

  1. Lisette Klok
  2. Sara Vermeulen

Waar gaat het onderzoek precies over?

Lisette: ‘Het onderzoek gaat over de relatie tussen klimaateffecten, gender en ongelijkheid in Nederland en op Bonaire. We hebben in kaart gebracht welke gebieden en buurten het meest worden blootgesteld aan klimaateffecten, wie daar wonen en hoe klimaatschade hun woonsituatie beïnvloedt. Daarbij keken we naar kenmerken van bewoners en hoe deze elkaar beïnvloeden. Juist de stapeling van kenmerken kan bepalen hoe kwetsbaar mensen zijn voor klimaatverandering.’ 

Sara: ‘Daarnaast hebben we gezocht naar oplossingsrichtingen die kunnen helpen om gender- en inkomensongelijkheid te verkleinen. De focus op gender komt voort uit studies die laten zien dat vrouwen en LHBTIQ+-personen vaak harder worden geraakt door klimaateffecten, onder meer door economische afhankelijkheid, zorgtaken en uitsluiting. En juist vrouwen kunnen klimaatoplossingen aandragen, door hun unieke kennis en vaardigheden op het gebied van zorg, het versterken van gemeenschappen en het duurzaam omgaan met middelen.’  

Beeld: © Stichting CAS

Klimaateffecten in Europees Nederland en op Bonaire

Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?

Sara: ‘De directe aanleiding was een Kamermotie van Van der Hoop en Bromet. Deze motie vroeg de regering om te voorkomen dat mensen met lage en middeninkomens blijven wonen in de minst toekomstbestendige woningen. De motie maakte duidelijk dat de klimaattransitie geen nieuwe ongelijkheden mag creëren.’

Waarom is het belangrijk om meer kennis over dit onderwerp te delen?

Sara: ‘We weten uit onderzoek dat klimaatschade bestaande ongelijkheden kan vergroten, maar we begrijpen nog onvoldoende waardoor dat precies gebeurt. Wie loopt het meeste risico? Welke factoren versterken elkaar? En hoe ontwikkel je klimaatbeleid dat rekening houdt met verschillen in inkomen en gender en zo sociale ongelijkheid tegengaat?’

Lisette: ‘Voor Bonaire speelt nog iets extra’s: daar zijn de gevolgen van klimaatverandering nu al heel zichtbaar. Omdat de Nederlandse overheid ook voor Caribisch Nederland verantwoordelijk is, vroeg OCW ons om ook kennis over Bonaire te verzamelen en te delen.’

Wat zijn de belangrijke resultaten van het onderzoek?

Lisette: ‘Voor Europees Nederland hebben we met data uit de Klimaateffectatlas en volgens de FCAB methodiek de blootstelling aan acht klimaatindicatoren berekend, zoals hittestress, wateroverlast, overstromingskans en risico op paalrot. Hieruit blijkt dat een kwart van de buurten met meerdere dreigingen tegelijk te maken heeft, vooral in steden en laaggelegen gebieden. Door deze gegevens te koppelen aan CBS data zien we dat er in deze buurten relatief veel huurwoningen, eenpersoonshuishoudens en mensen met een migratieachtergrond van buiten Europa zijn.’

Sara: ‘In Europees Nederland hebben vooral alleenstaande vrouwen met een laag inkomen en veel zorgtaken kans om harder te worden geraakt. Zij hebben minder mogelijkheden om schade te voorkomen of op te vangen. Ook oudere vrouwen in slecht onderhouden woningen lopen extra risico. De invloed van klimaatverandering op genderongelijkheid wordt vooral zichtbaar waar klimaatschade samenvalt met een beperkt handelingsperspectief. Het gaat om een stapeling van kenmerken: laag inkomen, gezondheidsproblemen, alleenstaand ouderschap of een hoge leeftijd in combinatie met hitte of wateroverlast.’ 

‘Zonder expliciete aandacht voor sociaaleconomische verschillen kan adaptatiebeleid ongelijkheden versterken’

Welke klimaatdreigingen spelen het meest op Bonaire?

Lisette: ‘Voor Bonaire hebben we alleen de blootstelling aan kustoverstroming en hevige buien geanalyseerd. Dit speelt vooral in bepaalde wijken. In veel van deze wijken wonen kwetsbare huishoudens. Klimaatverandering beïnvloedt het dagelijks leven op Bonaire sterk. Overstromingen, maar ook hitte en watertekorten zorgen voor stress en onzekerheid, vooral bij mensen met weinig financiële middelen. De kwetsbaarheid op Bonaire hangt samen met historische en sociaaleconomische structuren, zoals koloniale verhoudingen en economische afhankelijkheid.’

Tegen welke uitdagingen liepen jullie aan in het onderzoek?

Sara: ‘Mensen in kwetsbare posities bereiken was lastig. Bewoners die in armoede leven en al schade ervaren door het klimaat, hebben vaak veel zorgen. Meewerken aan onderzoek heeft dan meestal geen prioriteit. Ook voelen woorden als ‘klimaat’ en ‘gender’ voor hen vaak abstract of politiek. Het helpt daarom om aan te sluiten bij herkenbare ervaringen, zoals hitte in huis of vochtproblemen. Dit laat zien dat onderzoek naar klimaat en ongelijkheid vraagt om zorgvuldige communicatie en aansluiting bij de leefwereld van bewoners.’

Lisette: ‘Sociale kwetsbaarheid laat zich ook niet helemaal vangen in cijfers. Indicatoren als inkomen of leeftijd zeggen weinig over iemands mogelijkheden om te handelen, gezondheid of steun van mensen om zich heen. Juist deze factoren kunnen bepalen hoe zwaar klimaatschade iemand raakt. Een andere uitdaging was het gebrek aan data op Bonaire. Daardoor is er nog geen volledig beeld van welke wijken het meest worden blootgesteld en hoe kwetsbaar de woningen zijn.’ 

‘Betrek ook groepen die risico lopen: hun perspectieven zijn essentieel om verschillen in impact te begrijpen’

Welke inzichten zijn belangrijk voor het Deltaprogramma? 

Sara: ‘Klimaatadaptatie is nadrukkelijk ook een sociale opgave. Zonder expliciete aandacht voor sociaaleconomische verschillen kan beleid ongelijkheden versterken. Veranker daarom sociale kwetsbaarheden structureel in het adaptatiebeleid. En neem sociale kwetsbaarheden ook standaard mee in de risicodialogen van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Betrek daarbij groepen die zelf risico lopen: hun ervaringen en perspectieven zijn es¬sentieel om verschillen in impact te begrijpen en passende maatregelen te nemen.’

Wat gaat er met de resultaten uit het onderzoek gebeuren?

Lisette: ‘Onze inzet is dat de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek worden benut om adaptatiebeleid socialer en rechtvaardiger te maken. En dat de beleidsaanbevelingen worden opgepakt binnen OCW, maar ook bij andere ministeries, aangezien klimaatadaptatie vraagt om een gezamenlijke aanpak. Daarnaast hebben we de ambitie om de Klimaateffectatlas uit te breiden met sociale indicatoren, zodat de sociale kant van adaptatie beter zichtbaar wordt.’

Sara: ‘We bouwen voort op deze inzichten in vervolgonderzoek, bijvoorbeeld binnen het nieuwe project ENGAGED. En we ontwikkelen een aanpak voor eerlijke klimaatadaptatie, samen met gemeenten en bewoners. Verder werken het Scheepvaartmuseum en het Terramar Museum aan een tentoonstelling waarin ze de resultaten van ons onderzoek meenemen. Zo brengen we de inzichten niet alleen naar beleidsmakers en onderzoekers, maar ook naar een breder publiek.’