
‘Maak van de kust weer een dynamische overgangszone’
Young Professional Venne van den Boomen
Een interview met young professional Venne van den Boomen over haar onderzoek naar de ontwikkeling van een dynamische kustinterface voor de Waddenzeeregio.
Beeld: © Keeva Loughlin
Venne van den Boomen
Wat was voor jou de aanleiding om dit afstudeeronderzoek te doen en wat maakt de Waddenzeeregio zo'n geschikte casus?
‘Mijn fascinatie ligt bij de wisselwerking tussen mens, natuur en landschap. Met de toenemende gevolgen van klimaatverandering geloof ik dat een duurzame toekomst alleen mogelijk is door ontwerp in te zetten als een bewuste bemiddelaar tussen menselijke behoeften en natuurlijke processen. De Waddenzeeregio is hiervoor de perfecte casus, omdat het een 'maritiem cultureel landschap' is, gevormd door zowel de krachten van de zee als de menselijke cultuur. Het is een complex systeem dat voortdurend verandert, maar nergens zijn de gevolgen van het inkorten van de overgang tussen land en zee – de kustinterface – zo tastbaar als hier.’
Waar zie jij concrete kansen om jouw onderzoeksresultaten toe te passen?
‘Concrete kansen liggen in het herintroduceren van dynamische processen aan weerszijden van de kustlijn. Denk aan bio-gebaseerde golfbrekers: kunstmatige oesterriffen die de golfslag breken en slib vasthouden, waardoor kwelders meegroeien met de zeespiegel. In combinatie met wisselpolders en dubbele dijken ontstaat een zone waar zilte landbouw kan floreren. Cruciaal is onderzoek naar financiële steun om boeren te begeleiden in de transitie naar zoutbestendige teelt. Een tweede kans ligt bij de stadsrand van Groningen, in mijn onderzoek de zogenaamde stedelijke overstromingszoom (urban flood fringe). Huidige traditionele bouwplannen in dit laagliggende gebied negeren de toekomstige risico’s. We moeten nú inzetten op klimaatadaptief bouwen, zoals paalwoningen en kadewegen, om ruimte te maken voor waterrijke natuur die de stad beschermt en kwetsbare randen transformeert tot veerkrachtige zones.’
Beeld: © Venne van den Boomen
Regionale visiekaart Noord-Nederland
Wat ging er volgens jou niet goed in de manier waarop we de kust de afgelopen decennia hebben ingericht?
‘Als we terugkijken op hoe we het landschap naar onze hand hebben gezet, zien we dat we (on)bewust hebben ingezet op landfixatie. Dit is het statisch maken van de ecologische processen en de fysieke vorm van de kustlijn en het achterland door de bouw van dijken en dammen om overstromingen te voorkomen. Hoewel dit veiligheid en land heeft opgeleverd, leidde het ook tot het verlies van landschapsdynamiek en geleidelijke gradiënten, zoals de zachte overgang tussen zout en zoet water. Deze gradiënten en de constante uitwisseling van sediment bepalen juist de identiteit en ecologie van de regio. We hebben kostbare habitats verloren, en de veerkracht van het systeem om grote veranderingen op te vangen, is aangetast. In de twintigste eeuw zijn we steeds meer gaan vertrouwen op harde infrastructuur en drainage, maar de snelheid en onvoorspelbaarheid van klimaatverandering overstijgen nu de berekeningen waarop onze kustverdediging rust. Onze 'faal veilig'-mentaliteit – het idee dat we veiligheid vanuit één stabiele toestand volledig kunnen afdwingen via techniek – moet veranderen voor een toekomstbestendig landschap.’
‘Door het landschap te lezen als een levende biografie kon ik begrijpen hoe historische structuren de logica van de regio bepalen’
Je combineert landschappelijk ontwerp met geomorfologische analyse en historische informatie. Hoe zag dat proces eruit, en wat leverde die combinatie op aan nieuwe inzichten?
‘Mijn afstudeerwerk is een ontwerpend onderzoek. Hierbij wordt het ontwerp als een instrument ingezet om kennis te ontwikkelen. Het is een iteratief proces, een herhalende cyclus waar theorie en landschappelijke analyse het ontwerp continu bijschaven. Door het landschap te lezen als een levende biografie kon ik begrijpen hoe historische structuren de logica van de regio bepalen. Deze ontwikkelingen zijn een essentiële bron van inzicht: vroege bewoners leefden op terpen met de dynamiek van de zee, en die kennis kunnen we vandaag vertalen naar moderne, veerkrachtige oplossingen. Door te redeneren uit de logica van het landschap, zijn niet langer de politieke grenzen leidend, maar de geomorfologische grenzen zoals stroomgebieden van rivieren en de specifieke landschapstypen die zich hierlangs bevinden.’
Wat zijn de belangrijkste ontwerpprincipes of interventies die uit je onderzoek zijn voortgekomen?
‘Om water en bodem sturend te kunnen ontwerpen, moeten we de hydromorfologische structuren en de landschapstypen begrijpen. De voorgestelde ontwerpprincipes beogen een fundamentele verschuiving van statische kustverdediging naar een integrale, systeemgerichte aanpak, rustend op vier pijlers: verlengen en verzachten van bestaande barrières (Extend), ruimte bieden aan natuurlijke processen (Strengthen), landgebruik aanpassen aan de bodemcondities (Function-follows-form) en raamwerken op verschillende schaalniveaus onderlingverbinden (Integrate). Door deze principes aan landschappelijke eenheden te koppelen, versterken we de watergradiënt van de bron tot aan zee. Dit herstelt de verbinding tussen zoet en zout water, waar andere landschapsfuncties vervolgens op kunnen voortbouwen.’
‘Voor het Deltaprogramma is ontwerp essentieel om voorbij de sectorale grenzen te kijken en ideeën tastbaar te maken’
Wat is volgens jou het belang van een ontwerpgerichte aanpak en waar kan het DP daar nog meer gebruik van maken?
‘Een ontwerpgerichte aanpak biedt de unieke mogelijkheid om abstracte wetenschappelijke theorieën, zoals sociaal-ecologische veerkracht, te vertalen naar ruimtelijke principes en deze te koppelen aan de context van de Waddenzeeregio. Het fungeert als een verbinding tussen ecologische processen en maatschappelijke behoeften. Voor het Deltaprogramma is ontwerp essentieel om voorbij de sectorale grenzen te kijken en ideeën tastbaar te maken. Het maakt de ruimtelijke kaders van een ‘ruimte-voor-falen’-benadering tastbaar en uitvoerbaar. Zo kunnen we ons verplaatsen naar het ontwikkelen van systemen die bestand zijn tegen onverwachte verstoringen, zich daaraan kunnen aanpassen en hiervan kunnen groeien, in plaats van proberen ze te voorkomen vanuit één statisch punt.’
Welk advies zou je geven aan het Deltaprogramma?
‘De publicatie van de nieuwe denkrichting “Meegroeien” binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging is een belangrijke stap. Het erkent dat we de kustlijn niet eeuwig kunnen fixeren en dat natuurlijke processen kansen bieden voor mens en natuur. Dit vermogen om met dynamische processen ons landschap in te richten en veerkrachtiger te maken is iets wat we nu moeten vinden, niet alleen zeewaarts maar ook landwaarts. Mijn advies is om dit ‘meegroeien’ uit te breiden en de regio van bron tot zee als één samenhangend systeem te zien. Zeewaarts moeten we sedimentaire processen benutten om het littorale landschap – het gebied tussen laag- en hoogwater – natuurlijk te laten groeien. Landwaarts is het herstel van de verbinding tussen achterland en zee via robuuste zoetwatercorridors essentieel. Durf de kustlijn te herdefiniëren van een harde grens naar een dynamische overgangszone waar we niet tegen, maar duurzaam met de stroom mee groeien.’