Sport als bondgenoot van het Deltaprogramma

Gastcolumnist Eibert Jongsma, senior adviseur public affairs bij NOC*NSF, vertelt hoe sport en klimaatadaptatie elkaar kunnen versterken

Na een hoosbui staat het sportveld blank. De wedstrijd wordt afgelast en vrijwilligers proberen het water weg te krijgen. Een paar weken later is het tegenovergestelde aan de hand: het gras is dor en keihard, en de lokale hardloopwedstrijd gaat niet door omdat het simpelweg te warm is om verantwoord te lopen. Dit zijn geen uitzonderingen meer: klimaatverandering raakt sport direct en daarmee ook miljoenen Nederlanders die elke week in beweging zijn. Maar wat als sportvelden juist ook oplossingen kunnen bieden?

Beeld: © NOC*NSF

Eibert Jongsma

Het Deltaprogramma gaat over hoe we Nederland inrichten voor de toekomst. Over water, ruimte en de keuzes die we daarin maken. Maar kijk je naar Nederland, dan zie je overal sport. Sport zit in de haarvaten van de samenleving. Maar liefst twaalf miljoen Nederlanders sporten wekelijks. Sportparken, routes, velden en pleinen beslaan samen ongeveer één procent van het Nederlandse landoppervlak. En daarbovenop komt nog alle openbare ruimte waar dagelijks wordt gesport en bewogen: in wijken, parken, bossen, op dijken en op het water.

Juist daarin schuilt een enorme kans. Sportplekken zijn niet alleen plekken om te bewegen, maar ook onderdelen van onze leefomgeving. Ze kunnen water vasthouden bij extreme neerslag, verkoeling bieden tijdens hitte en bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Op sportparken, wandelroutes en recreatiegebieden komen opgaven rond klimaatadaptatie, gezondheid en leefbaarheid samen.

'De sport is niet alleen slachtoffer, maar ook onderdeel van het klimaatprobleem'

Slachtoffer én onderdeel van het probleem

Toch moeten we ook eerlijk zijn: de sport is niet alleen slachtoffer, maar ook onderdeel van het klimaatprobleem. De sportsector heeft namelijk een footprint en moet daar haar verantwoordelijkheid voor nemen. Denk aan minder reisbewegingen in de topsport en het stimuleren van sport en bewegen dichtbij huis, slimmer omgaan met sportmaterialen door hergebruik, of zuiniger omgaan met energie, ook omdat sportclubs hun rekeningen zo kunnen blijven betalen. Deze stappen worden al gezet en dat moeten we blijven doen.

'Sportplekken kunnen helpen om water op te vangen, verkoeling te bieden en wijken groener te maken'

Verkoelende kunstgrasvelden

Maar sport kan óók onderdeel zíjn van de oplossing. Sportplekken kunnen helpen om water op te vangen, verkoeling te bieden en wijken groener te maken. Kunstgrasvelden laten zien hoe dat werkt. Op sportpark De Neul in Sint-Oedenrode wordt water bijvoorbeeld opgeslagen onder het kunstgrasveld en later weer gebruikt voor andere velden. In Amsterdam worden zelfs kunstgrasvelden ontwikkeld die zichzelf koelen met het opgeslagen water. Zo wordt een sportveld ineens onderdeel van het watersysteem: een buffer bij een hoosbui en een bron van verkoeling bij hitte.

Groene sportparken en waterpleinen

Het blijft niet alleen bij de velden. Ook hele sportparken kunnen anders worden ingericht: groener, opener en beter verbonden met de wijk. In Arnhem zien we hoe dat eruit kan zien. In het beekdal tussen Geitenkamp, Paasberg en Angerenstein ontstaat een open sportpark waar sport en natuur in elkaar overlopen. Minder hekken, meer bomen en ruimte voor water. Sportvelden die er niet alleen zijn voor verenigingen, maar ook voor de buurt. Zo verandert een traditioneel sportpark in een groene plek waar mensen sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Een plek die verkoeling geeft op warme dagen en de wijk leefbaarder maakt.

Ook in de openbare ruimte ontstaan nieuwe combinaties. Het waterplein op het Benthemplein in Rotterdam is daar een mooi voorbeeld van. Op droge dagen wordt er gesport en gespeeld. Maar als het hard regent, vangt het plein water op. En ieder kind weet het: een plek met water is vaak ook gewoon aantrekkelijker. Daar wil je spelen!

De verbinding met het Deltaprogramma zoeken

Dit soort plekken laten zien dat klimaatadaptatie en sport elkaar kunnen versterken. Toch gebeurt dat nog te weinig. Sportlocaties worden bij ruimtelijke opgaven vaak over het hoofd gezien, terwijl daar kansen liggen voor waterberging, vergroening en verkoeling. Andersom worden investeringen in water en ruimte nog te weinig benut om sporten en bewegen mogelijk te maken.

'Het zijn nog te vaak twee werelden: de één denkt vanuit mensen en verenigingen, de ander vanuit systemen en kaarten'

Het zijn nog te vaak twee werelden. De één denkt vanuit mensen en verenigingen, de ander vanuit systemen en kaarten. Daardoor blijven kansen liggen. Juist door vaker samen op te trekken en elkaars taal te spreken, ontstaan oplossingen die meer opleveren voor zowel klimaatadaptatie als een gezonde leefomgeving. Daarmee blijft ook de verbinding met de opgaven van het Deltaprogramma niet langer onbenut.

We hebben al gezien wat er mogelijk is. Nog vóór het Deltaprogramma liet Ruimte voor de Rivier al zien hoe waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit samen kunnen gaan. Nederland werd veiliger, maar er ontstonden ook fijne nieuwe plekken voor sport en recreatie. De Spiegelwaal bij Nijmegen is daar een mooi voorbeeld van. Wat begon als een ingreep voor waterveiligheid, is nu ook een plek waar mensen zwemmen, hardlopen en genieten van de ruimte.

En dat is misschien wel de belangrijkste les: klimaatadaptatie en sport versterken elkaar. Slim omgaan met water en ruimte creëert nieuwe kansen voor sport en beweging. Tegelijkertijd kunnen sportlocaties bijdragen aan waterberging, verkoeling en vergroening. Het Deltaprogramma en de sport hoeven daarom geen gescheiden werelden te zijn. Juist samen kunnen zij bijdragen aan een gezonder, klimaatbestendiger en aantrekkelijker Nederland. Echte bondgenoten in de inrichting van ons land.

Het Deltaprogramma en de sport hoeven dus niet twee werelden te zijn. Juist samen kunnen ze Nederland sterker maken. Als echte bondgenoten!