‘Gezamenlijk kunnen we Nederland veilig en leefbaar houden!’
Interview met Saskia van Vuren en Annemiek Roeling over de afronding van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging
Na zeven jaar onderzoek was het afgelopen 6 juli eindelijk zo ver, toen werd het resultaat van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging gepresenteerd. Het resultaat van een hechte samenwerking tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Staf deltacommissaris en Rijkswaterstaat. Maar wat zijn de belangrijkste zaken, conclusies en aanbevelingen die we uit de eindrapportage moeten meenemen? Daarover vertellen Saskia van Vuren (Staf deltacommissaris) en Annemiek Roeling (vanuit het ministerie), met gepaste trots.
Saskia van Vuren Annemiek Roeling
Van verkenning naar uitgebreid in kaart brengen
Voordat ze ingaan op de belangrijkste conclusies, vertellen de dames eerst nog even hoe het Kennisprogramma ook alweer tot stand kwam. ‘Het begon eigenlijk met de eerste publicaties over Antarctica en Groenland’, vertelt Annemiek, ‘omdat bleek dat daar het ijs veel sneller kon gaan smelten dan we dachten. Als delen van de ijskap daar sneller afbreken en in zee glijden, dan gaat alles verschuiven en stijgt die zeespiegel veel sneller. Dat was dus een moment om na te denken over wat een dergelijke zeespiegelstijging betekent voor Nederland.’ Na een eerste verkenning, die enkele aanknopingspunten gaf, werd besloten dat er echt meer onderzoek nodig was om beter in kaart te brengen wat de effecten zijn van deze stijging, en wat er moet gebeuren om ermee om te gaan. ‘We werkten toen samen met het KNMI, die enkele scenario’s voor ons in kaart bracht’, vult Saskia aan. ‘In de eerste fase lag de focus met name op de aanpak van de waterveiligheid, en dan niet alleen onderhoud van de kust en veiligheid van duinen maar ook de verhoging van dijken landinwaarts, want de stijgende zeespiegel dringt diep door in onze delta. Ook hebben we onderzoek gedaan naar toename van verzilting. Door een hogere zeespiegel komt meer zout water ons watersysteem binnen, maar ook in de polders langs de kust neemt het zoutgehalte toe. Door de druk die een hogere zeespiegel veroorzaakt wordt zout omhooggeduwd. Vervolgens onderzochten we in de volle breedte wat er nodig is, van zandsuppleties tot de impact van verzilting.’
Basis op orde en opschalen
Nu het resultaat er ligt, zijn Saskia en Annemiek trots, zowel op het resultaat als op de goede onderlinge samenwerking tussen de verschillende partijen. En die samenwerking blijft ook in de toekomst nodig. Saskia: 'Een versnelde zeespiegelstijging heeft grote consequenties voor de hele samenleving, we moeten vol aan de bak. Hierbij is wel het voordeel dat we een breed palet aan bouwstenen en oplossingsrichtingen op tafel hebben gelegd, dus we kunnen nog meerdere kanten op.’ Maar dat we nog verschillende opties hebben betekent niet dat we achterover kunnen leunen, benadrukt Annemiek. ‘We hebben nu al een enorme versterkingsopgave van de waterkeringen, dat is veel werk. Daarnaast moeten we ook blijven pompen om droge voeten te houden, en dat wordt meer naarmate de zeespiegel verder stijgt. Dat geldt zowel voor de afvoer van water vanuit het regionale watersysteem naar bijvoorbeeld de rivieren, als voor de grote afvoerpunten van Nederland, bijvoorbeeld bij de Afsluitdijk en IJmuiden. Dat blijft gewoon doorgaan, we kunnen ons niet veroorloven om stil te gaan staan terwijl we nadenken over wat we in de toekomst willen.’ ‘De basis moet op orde blijven,’ benadrukt Saskia. ‘We moeten flink opschalen, en dat vraagt ruimte, grondstoffen, geld, en capaciteit. Maar we moeten ons ook voorbereiden op grotere keuzes in de toekomst, waarbij we breder moeten kijken dan alleen vanuit een technisch oogpunt, bijvoorbeeld ook ruimtelijk-economisch. Dat bedoelen we ook met de grote consequenties.’
Verstandige plannen op verschillende niveaus
‘Onze resultaten zijn van belang voor de watersector, maar ook voor ruimtelijke ordening. Want keuzes binnen die domeinen hebben invloed op elkaar’, vertelt Annemiek. Ze geeft het voorbeeld van een waterkering. ‘Het is belangrijk dat er een zone rondom een waterkering wordt vrijgehouden zodat er in de toekomst nog ruimte is om de kering te versterken. En als die wordt versterkt, is het handig als er is nagedacht over hoe we in de toekomst verder kunnen uitbreiden. Daar moet in de ruimtelijke ordening dus rekening mee worden gehouden, dat daar niet een woonwijk tegenaan gebouwd wordt.’ Een ander voorbeeld is het onvermijdelijke feit dat de verzilting door zeespiegelstijging zal toenemen, en dat betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. ‘Nu al is er in tijden van droogte te weinig water om alle polders zoet te houden. Met zeespiegelstijging wordt dat probleem steeds groter. We kunnen het hier en daar nog wel een tijdje rekken, maar als de hele rand van Nederland zouter wordt zijn keuzes over waar het zoete water naartoe gaat onafwendbaar. Niet alles kan dan meer overal, en de landbouw zal zich moeten aanpassen.’ Tevens speelt er een enorme capaciteitsvergroting als het gaat om zandsuppleties. ‘We kunnen de kust op zijn plaats houden met zandsuppleties en dan groeien de duinen ook nog eens mee met zeespiegelstijging. We kunnen dus onze schitterende kust behouden. Dat is goed nieuws, maar dat betekent wel dat we tot 6 keer meer zand nodig hebben dan we nu gebruiken. Of dat écht kan valt of staat met de beschikbaarheid van zand. Dat moeten we nu dus goed regelen voor de toekomst.’
‘Regionale deelprogramma’s pakken het werk al op voordat de inkt droog is’
‘Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging heeft ons laten zien dat Nederland leefbaar en veilig kan blijven door een samenhangende combinatie van oplossingen. We kunnen door in het verlengde van de huidige weg, maar het kennisprogramma heeft ook onderzocht hoe het anders kan’, vertelt Saskia. ‘Technische oplossingen zoals dijken, pompen en keringen, het benutten van natuurlijke processen en het aanpassen van landgebruik en ruimtelijke inrichting vormen samen een breed palet aan mogelijkheden die slim gecombineerd kunnen worden.’ Hierbij ligt de kracht in het combineren van deze bouwstenen op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Daarbij kunnen keuzes op nationale schaal worden afgewogen in het licht van klimaatverandering, regionale verschillen en ruimtelijk-economische ontwikkelingen. ‘De resultaten van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging bieden zo concrete handvatten op verschillende niveaus: het Deltaprogramma en Nationaal Waterprogramma kunnen er landelijk mee aan de slag, en de deelgebieden van het Deltaprogramma kunnen verder met passend regionaal maatwerk’, verheldert Saskia. ‘Zo helpen de resultaten van het kennisprogramma provincies, waterschappen en grote gemeenten bij het uitwerken van hun plannen.’ Het mooie hierbij is ook dat men al delen van het werk van het kennisprogramma heeft gebruikt, eigenlijk al voordat de inkt droog was. Zo ging bijvoorbeeld het deelprogramma Rijnmond Drechtsteden al vol aan de slag, samen met de stad en de haven Rotterdam. Die willen zich graag voorbereiden op de toekomst.’ Ze benadrukt het belang om hierbij het samenspel tussen opgaven en regio’s in de gaten te houden. ‘Als we ervoor kiezen om een deltapolder van de regio Rotterdam te maken, moet het rivierwater elders naar zee uitstromen. Hierbij gaat het dus echt om de samenhang binnen het watersysteem.’
Een breed gedragen opgave
Het moge duidelijk zijn dat de aanbevelingen op basis van het kennisprogramma vragen om brede, domein-overschrijdende inzet. Oftewel, het waterprobleem is ook een ruimtelijk probleem. Annemiek is blij om te constateren dat het eigenaarschap zich steeds verder verbreedt. ‘Toen ik in de watersector begon was het altijd van ‘we moeten ruimtelijke ordening meer meenemen’, maar dat lukte nog niet echt. Nu heb ik het idee dat ruimtelijke ordening echt aan tafel zit voor deze vraagstukken. Dat maakt onze opgaven een stuk breder gedragen, en dat vind ik heel positief.’ Saskia sluit zich hier bij aan, maar benadrukt nogmaals dat er werk aan de winkel is. ‘Het is een fijne en hoopvolle boodschap dat we Nederland veilig en leefbaar kunnen houden, zelfs bij 5 meter zeespiegelstijging. Maar zoals gezegd, dat vraagt wel om flinke inspanning en goede samenwerking vanuit verschillende sectoren. We kunnen niet op onze lauweren rusten!’