‘Bestaande stad biedt ruimte voor 1.800 hectare extra slootnatuur’
KAW-directeur Reimar von Meding ziet stadssloten meer doen dan enkel het waterbergingsprobleem en hittestress oplossen
Binnen de bebouwde omgeving is plek voor maar liefst 1.800 hectare aan nieuwe slootnatuur. Dat baseert Reimar von Meding op een onderzoek dat KAW op dit moment aan het afronden is: Ruimte voor de Sloot. Volgens Von Meding kunnen en moeten water- en wijkvernieuwing samengaan: van dijken naar wijken. ‘Waar we met lede ogen aanzien dat op het platteland ruimte voor waterberging verdwijnt, kunnen we met integrale wijkvernieuwing juist een positieve bijdrage leveren en beter met water omgaan.’
Beeld: © Willem de Kam
Reimar von Meding
‘De uitkomsten van het Ruimte voor de Sloot-onderzoek zijn verbluffend’, aldus Von Meding. We hebben dit fenomeen getoetst aan de hand van alle naoorlogse wijken (1945-1980) in Nederland, die we eerder bekeken en onderzochten in onze grote Ruimte Zat in de Stad-onderzoeken. ‘We kunnen deze verouderde wijken gebruiken om circa 800.000 woningen extra te realiseren, onder andere door chirurgisch bijbouwen, herstructureren, splitsen of optoppen. Mits we die opgave goed en duurzaam uitvoeren.
'Tegelijkertijd kunnen we ongeveer 1.800 hectare aan slootnatuur toevoegen aan bestaande wijken. Uit het onderzoek blijkt dat op elke 100 woningen die je toevoegt er de mogelijkheid ontstaat om gemiddeld 4.000 vierkante meter extra slootnatuur te realiseren. Dat zorgt voor een enorme waterbergingscapaciteit en een fikse impuls voor de biodiversiteit. Ook zorgt het voor minder asfalt en beton en dus het tegengaan van hitteproblematiek.'
Meer woningen en meer natuur in de praktijk
De gedachte van het Ruimte voor de Sloot-onderzoek wordt al in de praktijk gebracht in bijvoorbeeld het wijkvernieuwingsproject in de Vlaardingse naoorlogse buurt MUWI1. ‘Hier bleek dat we het aandeel stenen, beton en andere verhardingen substantieel konden terugbrengen, ondanks dat we flink verdichten en veel woningen toevoegen’, legt Von Meding uit. ‘We creëren veel extra slootnatuur met natte milieus voor bedreigde soorten. Daardoor hoeven riolen niet te worden verzwaard omdat de waterafvoer binnen het plangebied kan worden opgelost.’
Von Meding: ‘In MUWI1 parkeren de bewoners hun auto straks achter hun huis in plaats van in de brede straten die nu nog overal dwars door de buurt snijden. Die straten worden groenzones, waarin het water kan infiltreren en naar de sloten wordt geleid. Deze sloten veranderen van afvoerkanalen naar grote, natte biotopen die ruimte bieden voor meer waterbuffering én meer biodiversiteit. Piekbelastingen in neerslag worden natuurlijk opgevangen met een systeem dat bestaat uit retentie, infiltratie, buffering en afvoer. In de nieuwe stadsnatuur keren onder andere vogels, salamanders en egels terug.’
Biobased op Nederlandse bodem
We moeten veel slimmer met de wateropgave omgaan. Onder andere de energietransitie biedt kansen. Von Meding: ‘Als we binnen de klimaatdoelstellingen willen blijven, kunnen we niet langer traditioneel isolatiemateriaal toepassen dat CO2 uitstoot. Als je daarentegen gebruik maakt van biobased producten zoals hennep, vlas of zelfs bermgras, dan kan dat wel. Bovendien zijn dit gewassen die in Nederland worden geteeld én tijdens hun groei CO2 opslaan. Dat zou daarnaast een enorme boost geven aan de landbouwtransitie: biobased gewassen kunnen op veel nattere gronden worden verbouwd dan traditionele landbouwgewassen. De grondwaterstanden kunnen daarmee structureel een heel stuk hoger worden gehouden, waardoor waterschappen meer kunnen bufferen.’
‘De grootste kansen voor Nederland liggen in de bestaande stad'
De kracht van koppelkansen
De hogere waterstanden die hiervoor nodig zijn, bieden volgens Von Meding niet alleen kansen voor het landelijk gebied. Binnen de bestaande stad ligt ruimte voor honderdduizenden woningen. Door die verdichtingsopgave te verbinden aan water, natuur en klimaatadaptatie ontstaan kansen die verder reiken dan woningbouw alleen.
Von Meding: ‘De grootste kansen voor Nederland liggen in de bestaande stad. Door steden te verdichten met betaalbare, installatie-arme en CO2-neutrale woningen en tegelijkertijd groen en water toe te voegen, pakken we meerdere opgaven tegelijk aan. Daarnaast beperken we zo de gevolgen van bodemdaling en verminderen we de omvang van de civieltechnische ingrepen die nodig zijn om Nederland leefbaar te houden. Daarmee versterken we ook de kwaliteit van betaalbare, natuurinclusieve en klimaatadaptieve wijken en benutten we de ruimte die er al is.’
'We zouden het perspectief moeten verleggen van dijken naar wijken'
Ook financiële voordelen
Deze integrale aanpak van wijkvernieuwing en water levert ook financieel voordeel op, zegt Von Meding. ‘Op dit moment investeren we als maatschappij miljarden euro’s in methoden om wateroverschotten te bufferen, zoals het dekanaliseren van rivieren. Ook komende generaties zullen veel geld moeten besteden aan het versterken en verhogen van dijken en civieltechnische oplossingen. Denk aan het vergroten van riolen voor piekbelastingen.’ Een deel van dat geld kan nu worden ingezet om latere problemen te voorkomen. ‘Hiermee ontstaan win-win-oplossingen voor extra woningen, groen en water en daarmee biodiversiteit en gezondheid. We zouden het perspectief moeten verleggen van dijken naar wijken, zoals ik veel waterschappen al heb geadviseerd.’
Grote groene stadszones
Von Meding: ‘KAW’s nieuwe stadssloot ziet er heel anders uit dan de traditionele met zijn steile kades. De onze is veel breder en loopt geleidelijk over in natuur: zo kan het veel meer water aan in tijden van overvloedige regenval. Deze leefruimte die soms droog en soms nat kan zijn, is goed voor kikkers en andere flora en fauna die het nu moeilijk hebben in Nederland.’
Met de stadssloten en aaneengesloten stukken natuur ontstaan grote groene stadszones. ‘In feite ontstaan er een soort parken in elke wijk met niet alleen sloot en wadi’s, maar ook met bomen, wandel- en fietspaden en zitbankjes. Die wijkparken kun je desgewenst op elkaar aansluiten waardoor er een grote groene stadszone ontstaat waar je doorheen kunt lopen of fietsen zonder een auto tegen te komen. Het klinkt bijna als een utopie, maar het kan echt werkelijkheid worden.’