Participeren in de Delta

Een terugblik op vijf jaar aan maatschappelijke betrokkenheid

De afgelopen vijf jaar sprak Johan van de Gronden als voorzitter van het OFL met een brede groep maatschappelijke partijen over de koers van het Nationaal Deltaprogramma. Van delfstoffenondernemers tot de Jonge Klimaatbeweging, van terreinbeheerders tot binnenvaartschippers: iedereen heeft zich in Nederland op een andere manier te verhouden tot het water, waterveiligheid en -beschikbaarheid, tot adaptatie en veerkracht. De inzichten uit deze gesprekken bracht hij in tijdens de bijeenkomsten van de nationale stuurgroep van het Deltaprogramma. Zowel ongevraagde adviezen vanuit de achterban, als gevraagd advies op basis van de conceptjaarrapportages of -ontwerp voor de herijking van het programma. Johan blikt in Deltanieuws terug op vijf jaar maatschappelijke betrokkenheid.

Beeld: © Fotogroep Harderwijk

Wennen aan het ‘nat’ jargon van de waterbestuurders

‘In het begin moest ik wel wennen aan het “nat” jargon van de bestuurders in de watersector. Ik heb mij toen nogal eens afgevraagd of de arme burger, voor wie de deltacommissaris uiteindelijk aan het werk is, er wel een touw aan vast kon knopen. De lijnen zijn vaak lang – scenario’s tot 2050 of zelfs 2100 vliegen over tafel – en de ambtelijke taal is moeilijk te begrijpen. Het programma zit ook vol met ogenschijnlijke tegenstellingen: hoe richt je de schaarse ruimte in, terwijl je periodieke wateroverlast beperkt én op andere momenten juist watertekorten voorkomt? Of hoe bied je het hoofd aan steeds grilliger wordende gevolgen van klimaatverandering?’

‘Gaandeweg ben ik een groot fan geworden van het Deltaprogramma. Niet in de laatste plaats omdat er ook naar onze adviezen is geluisterd. De Staf deltacommissaris doet haar uiterste best om in heldere en eenvoudige taal te communiceren met een goed gebruik van kaartbeelden en andere infographics. Dat maakt een wereld van verschil en houdt mensen betrokken. Ook als je geen graad hebt behaald in de hydrologie.’

Bestuurlijke continuïteit

‘Knap is eveneens de bewaking van bestuurlijke continuïteit. Vijf jaar is tegenwoordig lang in het huidige versplinterde politieke krachtenveld, waarin het debat soms meer door meningen dan door feiten lijkt bepaald. Bij grote landelijke of regionale electorale verschuivingen vroeg ik mij met ingehouden adem af: hoe zou het Deltaprogramma deze schokgolven verwerken? Dat ging niet altijd zonder slag of stoot, maar wel met verstand en veerkracht. Steeds opnieuw vormden feiten, onderzoek en de dagelijkse praktijk het uitgangspunt. Zo klonk in de OFL-achterban al veel langer het geluid dat een langetermijnvisie nadrukkelijk het natuurlijke bodem- en watersysteem moet weerspiegelen. Enkele jaren later is dat inzicht ook daadwerkelijk in beleid vastgelegd. Ook bij de waterschappen zag ik gaandeweg het besef groeien dat niet voor elke doelgroep een aparte technische oplossing mogelijk of wenselijk is.’

Het huis van Thorbecke

‘Participatie gaat niet vanzelf. Soms hoor ik bestuurders die minder enthousiast zijn over participatie verwijzen naar ‘het huis van Thorbecke’: een metafoor voor het Nederlandse bestuurssysteem. De gemeenten bevinden zich op de parterre, provincies op de eerste verdieping, het rijk op de bovenste, een bescheiden serre voor de waterschappen op de begane grond, en een uitdijende aanbouw voor de Europese Unie. De vertegenwoordiging in al die lagen komt democratisch tot stand na periodieke en vrije verkiezingen. En daarbinnen is het vrijelijk participeren. Dat systeem is een groot goed en vormt een belangrijk fundament van onze democratie.

Maar als mij één ding duidelijk is geworden de afgelopen jaren, dan is het wel dat de representatieve democratie niet altijd voldoende is in een pluriforme samenleving. Naast verkiezingen zijn ook andere vormen van democratie nodig, waarbij inwoners, organisaties en bestuurders met elkaar in gesprek gaan en samen afwegingen maken. Ook gekozen bestuurders hebben er baat bij zich telkens te laten voeden door wat er in de samenleving leeft. Door ruimte te maken voor gezamenlijke besluitvorming en uitvoering.’

Bijzondere rol voor de regeringscommissaris

‘De rol van een regeringscommissaris voor de Delta is bijzonder. Anders dan een minister of topambtenaar kan een regeringscommissaris zich echt richten op de lange termijn. Hij hoeft zich niet steeds te laten leiden door de wisselende politieke actualiteit. Daar is wel breed draagvlak voor nodig. Niet alleen in het geroemde huis van Thorbecke, maar ook in de samenleving. Dat vraagt om een voortdurende dialoog en om ruimte voor de inbreng van mensen en organisaties.’

Meer participatie, niet minder

‘Nu ik onlangs ben benoemd tot voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, leek het mij goed als voorzitter van het OFL enige afstand tot het Deltaprogramma in acht te nemen. Het is ook fijn als een ander weer eens met frisse ogen kijkt naar het participatievraagstuk. Daar is immers meer van nodig. Niet minder.’