
Nu nog geen grote keuzes, wél werk aan de winkel
Pieter Jacobs over de Herijkte Voorkeursstrategie van het DPRD
Wat kunnen we verwachten van het Deltaprogramma 2027? Programmamanager Pieter Jacobs geeft een inkijkje in de herijkte Voorkeursstrategie van de regio Rijnmond-Drechtsteden en het vervolg. ‘We kunnen nog door met de huidige koers, maar de dilemma’s worden steeds groter.’

Beeld: © Privé
Pieter Jacobs
Rijnmond-Drechtsteden is een van de meest complexe regio’s van het land. Hier komen talloze belangen en wateropgaven samen: de zee dringt binnen, rivieren voeren soms te veel en soms te weinig water aan, de bodem daalt en verzilting dreigt. Tegelijk wonen en werken hier miljoenen mensen, ligt de Rotterdamse haven grotendeels buitendijks en is de ruimte schaars. Elke ingreep voor de ene opgave heeft gevolgen voor de andere.
Die laatste constatering loopt als een rode draad door de herijkte Voorkeursstrategie van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (DPRD). Overheden, bedrijven, kennisinstellingen, en ontwerpers hebben daar drie jaar hard aan gewerkt. Hun conclusies zijn verwerkt in de landelijke herijking van het Deltaprogramma, die de deltacommissaris onlangs heeft gepresenteerd. Pieter Jacobs, programmanager van het DPRD, vertelt over de hoofdpunten voor deze regio.
Wat staat er in de herijkte Voorkeursstrategie?
‘De afgelopen tijd zijn er verschillende toekomstscenario’s voorbijgekomen, onder meer vanuit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Mensen kunnen daarom misschien gedacht hebben: dat nieuwe Deltaprogramma, dat zal dan wel grootse bestuurlijke keuzes bevatten. Dat is niet het geval, maar dat is nu ook nog niet nodig. De herijking laat namelijk zien dat de huidige strategie voor Rijnmond-Drechtsteden – met versterkte dijken, stormvloedkeringen en adaptatiestrategieën voor de buitendijkse gebieden – waarschijnlijk nog minimaal tot 2070 houdbaar is.’
Alleen maar goed nieuws?
‘Nou, nee. De onderzoeken laten zien dat we voor steeds grotere dilemma’s komen te staan, ook als we doorgaan op het huidige pad. We hebben veel buitendijkse bebouwing en bedrijvigheid. Als we doorgaan op de huidige koers, dan moeten we accepteren dat die vaker en ernstiger overstromen. Daar zit een kantelpunt: wanneer vinden we dat niet meer acceptabel? Dat is geen technische, maar een maatschappelijke discussie. Hetzelfde geldt voor het versterken van de dijken en de ruimte die daarvoor nodig is.’
In welk opzicht?
‘Volgens het Kennisprogramma Zeespiegelstijging kúnnen we de dijken ophogen en versterken voor één, twee, of zelfs drie meter zeespiegelstijging. Maar dat heeft een gigantische ruimtelijke impact: dijken zouden tientallen meters breder moeten worden. Dat kan lang niet overal; een heel groot deel is bebouwd of ligt vlak tegen bebouwing aan. Ook verzilting speelt mee: die kunnen we met doorspoeling lang buiten de deur houden, maar dat wordt steeds moeilijker als de rivierafvoer daalt, zoals in de afgelopen zomermaanden. Al die punten vragen om een brede maatschappelijke afweging. Dát is relatief nieuw in het Deltaprogramma.’
Is ‘overstappen op een nieuwe langetermijnstrategie’ al concreet benoemd in de nieuwe Voorkeursstrategie?
‘Ja, er zijn verschillende langetermijnstrategieën uitgewerkt, onder meer door HKV en in ontwerpateliers. Dat zijn de mooie plaatjes zoals die ook op landelijke schaal zijn uitgewerkt door het Kennisprogramma Zeespiegelstijging: toekomstvisies voor een meer open, estuarien systeem, of juist een gesloten systeem met technische oplossingen. Maar daarin spreken wij nu bewust geen voorkeur uit. Elke keuze heeft namelijk gevolgen voor andere belangen: natuur, zoetwaterbeschikbaarheid, scheepvaart, woningbouw... Geen enkel alternatief heeft alleen maar winnaars. En die structurele keuze hóeven we nu dus ook niet te maken, omdat de huidige strategie dus nog heel wat jaren meekan.’
Maar afwachten is toch in elk geval geen goede strategie?
‘Oh, maar we zijn zeker niet aan het afwachten. Intussen is er heel veel onderzoek gedaan, dat we overigens gewoon voortzetten. We hebben nu veel beter in beeld wat we niet weten en welke kennis nog nodig is om écht goed in te schatten hoe lang we nog doorkunnen op de huidige koers, of wat een passende strategie zou zijn voor de lange termijn. Maar let wel: veel vraagstukken zijn zo groot dat wij ze niet in een regionaal programma kunnen oplossen. Daar is landelijke maatschappelijke discussie voor nodig. Bijvoorbeeld óók met de financiële en de woningbouwsector.’
Wordt daar die urgentie ook al gevoeld?
‘Jazeker, die zien we de laatste tijd steeds meer. De financiële belangen zijn enorm, bijvoorbeeld rondom hypotheken en verzekerbaarheid. En iedereen voelt nu ook die onvoorspelbaarheid van klimaatverandering: we hebben misschien veel minder tijd dan we denken. In die zin hebben we zeker wat bereikt in de afgelopen jaren. Dat onderstreept ook de kracht van die herijkingscycli van het Deltaprogramma. En: de samenwerking hier in deze regio is gewoon heel erg goed. De herijking is daarom heel constructief geweest, met allemaal partijen die bereid zijn over hun eigen belang heen te stappen. Daardoor hebben we heel veel kennis boven tafel gekregen en goed zicht op de knelpunten. Daar ben ik heel trots op.’