Interview

Gebiedsprocessen vragen om tijd, ruimte en vertrouwen

Twee waterschappen, gedeelde uitdagingen

Deltanieuws ging in gesprek met Peter Verlaan, secretaris-directeur van waterschap Aa en Maas, en Wim van der Meer, directeur waterschap Vallei en Veluwe, over de uitdagingen van een succesvol integraal gebiedsplan. Hoe pakken zij waterveiligheid, klimaatadaptatie, natuurherstel, woningbouw én een toekomstbestendige landbouw in samenhang aan?

  1. Peter Verlaan
  2. Wim van der Meer

Veel van jullie opgaven vragen om keuzes in het gebied. Waar verwachten jullie de grootste spanning tussen de verschillende opgaven en hoe willen jullie daar als waterschappen mee omgaan?

Peter: ‘De grootste spanning zit vaak in de beschikbare grond. Voor natuurherstel, beekherstel en waterkwaliteitsmaatregelen hebben we ruimte nodig, terwijl veel van die grond in gebruik is bij agrariërs. Daarom zijn oplossingen zoals grondruil zo belangrijk. Als je voldoende tijd neemt en het gebied goed kent, kun je meestal een puzzel leggen waar iedereen zich zo comfortabel mogelijk bij voelt. Maar dat vraagt wel om samenwerking, gebiedskennis en geduld.’

Wim: ‘Ik herken veel van wat Peter zegt over de druk op de beschikbare ruimte. Ook in ons beheergebied zien we dat verschillende opgaven samenkomen in hetzelfde gebied. Die belangen kunnen soms schuren, terwijl alle partijen een legitieme positie hebben. Onze rol is om vanuit het waterbelang verbinding te leggen. Dat betekent dat we samen met provincies, gemeenten, agrariërs, terreinbeheerders en inwoners zoeken naar oplossingen die meerdere doelen dienen. Daarbij helpt het om niet vanuit afzonderlijke opgaven te denken, maar vanuit het gebied als geheel. Juist door vroegtijdig samen het gesprek te voeren ontstaat ruimte voor maatwerk en wederzijds begrip.’

De overheid wil vóór 2030 de natuur ruimte geven voor herstel en versterking. En de kwaliteit van het water en de bodem verbeteren. Wat betekent dit concreet voor uw waterschap: wat gaat er veranderen?

Peter: ‘In de basis verandert er voor ons niet zoveel. We werken al jarenlang aan natuurherstel en aan waterkwaliteit. Veel van deze opgaven lagen er al. De vraag is vooral of nieuwe middelen en kaders kunnen helpen om projecten te versnellen. We hebben behoefte aan meer duidelijkheid van het Rijk over vraagstukken die de waterkwaliteit beïnvloeden. En we moeten realistisch zijn: een gebiedsproces duurt vaak tien tot vijftien jaar. Dat rond je niet zomaar voor 2030 af.’

Wim: ‘Ook voor waterschap Vallei en Veluwe zijn dit geen nieuwe opgaven. Het verbeteren van waterkwaliteit, het versterken van natuurwaarden en het klimaatbestendig maken van ons watersysteem vormen al jarenlang een belangrijk onderdeel van ons werk. Wat wel verandert, is dat de urgentie toeneemt en dat samenwerking tussen overheden en het gebied nog belangrijker wordt. De doelen voor 2030 geven richting en kunnen helpen om projecten te versnellen. Tegelijkertijd vragen sommige veranderingen om een lange adem, investeringen en soms ook moeilijke keuzes. Wij blijven daarom inzetten op maatregelen die bijdragen aan een robuust watersysteem voor de langere termijn.’

‘Voor de buitenwereld voelt deze droogte misschien als iets nieuws, maar voor de watersector is dit al jaren de realiteit’

Heeft de droogte van deze zomer nog gevolgen voor de plannen?

Peter: ‘Voor de buitenwereld voelt deze droogte misschien als iets nieuws, maar voor de watersector is dit al jaren de realiteit. In Brabant werken we daarom al lange tijd aan maatregelen om water langer vast te houden, bijvoorbeeld door beekherstel en een natuurlijkere inrichting van watergangen. Deze zomer bevestigt vooral een trend die we al langer zien. We doen er alles aan om met droogte om te gaan, maar uiteindelijk geldt ook: als het water er niet is, kun je het niet toveren.'

Wim: ‘Voor ons bevestigt deze zomer opnieuw hoe belangrijk het is om water vast te houden wanneer het beschikbaar is en zorgvuldig om te gaan met onze watervoorraden. Dat vertaalt zich in maatregelen als het aanpakken van beekdalen, het verbeteren van sponswerking van gebieden, het creëren van waterbergingsmogelijkheden en het slimmer sturen van waterpeilen. De droogte verandert onze koers niet, maar onderstreept wel waarom deze investeringen noodzakelijk zijn. Ook het bewuster omgaan met water is daarin van groot belang, daarom werken wij ook met een opgave waterbewust gedrag.’

‘Nodig is heldere kaders, voldoende middelen en beschikbare grond’

Welke zoekrichtingen en coalities zijn volgens u kansrijk voor een integrale aanpak op gebiedsniveau?

‘De coalities die we nodig hebben, bestaan in veel gevallen al. Waterschappen, provincies, gemeenten, terreinbeheerders en agrariërs werken al jaren samen aan gebiedsopgaven. Belangrijker zijn, zoals gezegd: heldere kaders, voldoende middelen en beschikbare grond. Daarnaast moeten we perspectief bieden aan bewoners en ondernemers in het gebied, ook aan boeren die willen blijven. Als die randvoorwaarden op orde zijn, kunnen gebiedsprocessen echt verder komen.’

Wim: ‘Succesvolle gebiedsontwikkeling begint bij vertrouwen. De partijen die nodig zijn voor de opgaven van morgen kennen elkaar vaak al van de projecten van vandaag. De uitdaging is vooral om verschillende belangen met elkaar te verbinden en gezamenlijk eigenaarschap te organiseren. Ik geloof sterk in coalities waarin overheden, agrariërs, natuurorganisaties, bedrijven en inwoners ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bijdragen. Maar ook de samenwerking met bijvoorbeeld banken en verzekeraars wordt steeds belangrijker. Daarbij zijn duidelijke doelen, voorspelbaar beleid en voldoende uitvoeringskracht essentieel. Als partijen weten waar ze aan toe zijn, ontstaat ruimte om vooruit te kijken en samen stappen te zetten.’

Waaraan kunnen we over vijf jaar zien dat deze gebiedsaanpak werkt?

Peter: ‘Vijf jaar is eigenlijk te kort om de effecten van natuurherstel en verbeterde waterkwaliteit terug te zien. Ecosystemen hebben tijd nodig om te herstellen. Wat je dan wel moet kunnen zien, is dat projecten die nu vastlopen weer in beweging komen. Als er grond beschikbaar is, middelen zijn geregeld en mensen perspectief krijgen, kunnen barrières worden doorbroken en wordt de basis gelegd voor duurzame verandering.’

Wim: ‘Zoals Peter ook al zegt: over vijf jaar zullen we niet op alle plekken al de volledige ecologische effecten kunnen zien. Water- en natuurherstel vragen tijd. Wat we wél moeten kunnen zien, is dat projecten inderdaad in uitvoering zijn gekomen, dat samenwerking soepeler verloopt en dat gebiedspartners meer perspectief ervaren. Voor mij is succes zichtbaar wanneer bewoners, ondernemers en overheden merken dat maatregelen bijdragen aan een veerkrachtiger gebied. Als we beter bestand zijn tegen droogte en hevige neerslag, de waterkwaliteit verbetert en gebiedsprocessen minder vaak vastlopen, dan weten we dat we op de goede weg zijn. Dat is een fysiek ruimtelijke, maar ook een sociaal maatschappelijke opgave!’