
Kleine rivieren, grote betekenis
Toekomstbestendig waterbeheer vraagt om samenhang tussen kleine en grote rivieren
Als het over rivierbeheer gaat, gaat de aandacht vaak uit naar de grote rivieren. Maar juist ook kleine rivieren en beken zijn onmisbaar voor een gezond en veerkrachtig watersysteem. Binnen het project Kleine Rivieren voor Klimaat onderzoekt Irene Mulder hoe natuurlijke oplossingen deze waterlopen weerbaarder kunnen maken. En waarom toekomstbestendig waterbeheer alleen mogelijk is als kleine en grote rivieren in samenhang worden bekeken.

Beeld: © Teun de Wacht-Esselink
Irene Mulder
Waarom kijken jullie in het project specifiek naar kleine rivieren?
‘In Nederland is veel landelijke aandacht voor de grote rivieren, zoals de Rijn en de Maas. Tegelijkertijd worden in het hele land beken en kleinere waterlopen hersteld met het oog op ecologische verbetering. De kleine rivieren krijgen binnen het waterbeheer nog relatief weinig aandacht, terwijl ze een belangrijke rol vervullen binnen het functioneren van het totale watersysteem. Ze zijn van belang voor zowel waterkwantiteit als waterkwaliteit en voor het functioneren van ecosystemen. Bovendien hebben de overstromingen in de Geul (2021) laten zien dat overstromingen in kleine rivieren grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben.’
‘Met het project Kleine Rivieren voor Klimaat willen we daarom meer kennis verkrijgen over effectieve maatregelen om deze kleine rivieren weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Wij zoeken naar maatregelen met meervoudige voordelen, zogeheten co-benefits, rondom de kleine rivieren. Dit doen we bijvoorbeeld door NbS te onderzoeken: innovatieve en duurzame maatregelen waarbij natuurlijke processen worden benut om doelen te bereiken.’
Wat waren de meest opvallende uitkomsten van het onderzoek en wat gaat daarmee gebeuren?
‘Op dit moment is het onderzoek nog in volle gang. Een van de meest opvallende uitkomsten binnen Kleine Rivieren voor Klimaat tot nu toe is dat er veel kansen zijn voor natte natuur nabij de kleine rivieren. Ook zien we dat er veel betrokkenheid en interesse is voor de uitdagingen rondom regionale watersystemen. Dit onderstreept het belang om meer aandacht te besteden aan kleine rivieren en de rol die zij spelen binnen het bredere watersysteem. Met deze inzichten willen we bijdragen aan verdere kennisontwikkeling en aan het bepalen van toekomstige aandachtspunten en vervolgstappen voor Nederlandse kleine rivieren.’
'Momenteel analyseer ik zelf de stijging van de rivierwatertemperatuur in Nederland, waarbij ik ook het verschil in opwarming tussen kleine en grote rivieren analyseer. Inzicht in ruimtelijke en temporele patronen van de rivierwatertemperatuur is belangrijk om passende mitigatiemaatregelen te ontwikkelen. In ons onderzoek doen ook veel studenten mee die vanuit verschillende achtergronden en perspectieven naar het onderwerp kijken. Hierdoor ontstaat een breed en divers beeld van de problematiek.'
‘We kunnen het regionale systeem en het hoofdwatersysteem niet los van elkaar beschouwen’
Welke inzichten leveren deze onderzoeken op voor de relatie tussen het regionaal systeem en het hoofdwatersysteem? En hebben jullie op basis van die inzichten aanbevelingen voor het Deltaprogramma?
‘We kunnen het regionale systeem en het hoofdwatersysteem niet los van elkaar beschouwen. Maatregelen in het regionale watersysteem kunnen gevolgen hebben voor het hoofdwatersysteem, en andersom. Dit geldt zowel voor wateroverlast als voor droogte: effecten kunnen elkaar versterken. Tegelijkertijd biedt deze samenhang ook kansen om negatieve effecten juist te beperken.’
‘Een belangrijke aanbeveling is om te zoeken naar maatregelen die op verschillende schaalniveaus meerwaarde bieden. Daarnaast is het belangrijk om bij nieuwe maatregelen in het hoofdwatersysteem ook rekening te houden met de mogelijke effecten op regionale watersystemen. Hier moet goede afstemming tussen plaatsvinden. Door verschillende opgaven zoals waterkwaliteit, biodiversiteit en recreatie met elkaar te verbinden, kunnen maatregelen meerdere maatschappelijke voordelen opleveren (co-benefits).'
Welke regionale partijen zijn betrokken bij dit onderzoek? En zegt het ook iets over samenwerking tussen partijen die beter of anders moet?
‘Wij werken samen met landelijke en regionale partners, zoals waterschappen, gemeentes en lokale (belangen)organisaties. Door de regionale samenwerking krijgen wij een goed beeld van de lokale problematiek, vanuit verschillende perspectieven. We kunnen deze kennis en ervaringen direct koppelen aan ons onderzoek en onderwijs. De samenwerking laat tot nu toe zien dat er veel betrokkenheid en interesse is voor de uitdagingen rondom regionale watersystemen.’
‘Ook voor studenten is deze samenwerking waardevol. Zij krijgen de mogelijkheid om vanuit de praktijk te ervaren hoe verschillende partijen naar dezelfde problematiek kijken en krijgen een goed beeld van de complexiteit van regionale wateropgaven. Onze partners zijn blij met de ideeën van onze studenten.’
Wat leren jullie van internationale voorbeelden van NbS en internationale samenwerkingsprocessen?
‘In mijn eigen onderzoek kijk ik voornamelijk naar de inzet van NbS om (onder andere) de stijging van de watertemperatuur tegen te gaan. In Nederland zijn momenteel nog relatief weinig voorbeelden bekend waarbij NbS specifiek worden ingezet om de watertemperatuur te verlagen. Internationale studies geven waardevolle inzichten in zowel de effectiviteit als de praktische implementatie van deze maatregelen. Hoewel de effectiviteit en toepasbaarheid van NbS sterk afhankelijk zijn van de lokale context, kunnen we deze internationale voorbeelden goed benutten bij de toepassing ervan in Nederland.’
‘Tegelijkertijd maken deze voorbeelden duidelijk dat het implementeren van NbS in de praktijk niet altijd eenvoudig is. Een van de redenen hiervoor is dat de kennis over de langetermijneffecten en de effectiviteit van sommige oplossingen nog beperkt is. Zowel in de internationale als in de Nederlandse context is daarom behoefte aan monitoring na implementatie van NbS. Op die manier kunnen we voortbouwen op bestaande kennis en ervaringen en daarmee NbS steeds gerichter en effectiever inzetten.’
Hoe ziet het Nederlands rivierbeheer er over 5/10/20 jaar uit op basis van jullie aanbevelingen?
‘De situatie in het Nederlandse waterbeheer zal de komende jaren verder veranderen als gevolg van klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere extremen en meer onzekerheid. Dat betekent dat we niet langer uitsluitend kunnen uitgaan van de omstandigheden uit het verleden, maar moeten toewerken naar een watersysteem dat robuust en veerkrachtig is onder verschillende omstandigheden. De lage waterstanden van afgelopen zomer onderstrepen dit. We zullen ook rekening moeten houden met omstandigheden die nu nog zeldzaam zijn, maar in de toekomst waarschijnlijk vaker zullen voorkomen.’
‘Daarnaast is een integrale benadering van het watersysteem van groot belang. In plaats van opgaven zoals droogte en wateroverlast afzonderlijk te benaderen, moeten we zoeken naar maatregelen die meerdere doelen tegelijk kunnen ondersteunen. Om het Nederlandse waterbeheer toekomstbestendig te maken, is het dus van belang om in te zetten op een multifunctioneel en veerkrachtig watersysteem, waarbij zowel de grote als de kleine rivieren als onderdeel van één integraal systeem worden beschouwd en we zoveel mogelijk co-benefits creëren.’