Lezersvraag: wat is sponswerking, waarom is het nodig en hoe ziet het eruit?

Veelgestelde vragen aan de Staf deltacommissaris, beantwoord door een expert

In deze editie van Deltanieuws introduceren we een nieuwe rubriek: de lezersvraag. Iedere editie zal een expert uit de waterwereld een vraag behandelen die de Staf deltacommissaris vaak voorbij hoort komen. Ronald van Ark, senior beleidsadviseur bij waterschap Rijn en IJssel, trapt af met het beantwoorden van de vraag: wat is sponswerking, waarom is het nodig en hoe ziet het eruit? 

Beeld: © Ivo Hutten

Heeft u zelf een prangende lezersvraag over thema’s die het Deltaprogramma aangaan? Mail naar nieuwsbrief@deltacommissaris.nl.

Wat is sponswerking en waarom is het nodig?

De kracht van het begrip sponswerking is dat iedereen het principe kent. In het kader van water en ruimtegebruik gaat het dan over gebieden die we kunnen zien als spons. Als een spons, en in dit geval dus gebied, goed ‘werkt’, dan zuigt deze zich vol, houdt water vast, en geeft dit water weer vertraagd af. Dat gebeurt met de hele spons, niet alleen met de gaten.

Als het gaat om het klimaatrobuuster inrichten van ons land, dan zijn er tal van beproefde maatregelen beschikbaar. De grote vraag is: hoe verbind je die maatregelen aan een handelingsperspectief dat alle betrokkenen (grondeigenaren, verschillende sectoren, bestuurders) herkennen, waar ze zich aan willen verbinden en wat tot concrete uitvoering leidt? Dan heb je een logisch en samenhangend verhaal nodig. En dat vraagt om een helder en aansprekend concept. Sponswerking is zo’n aansprekend concept waar iedereen een beeld bij heeft. Zo kwam mijn dochter onlangs met een spons aanlopen en zei: ‘deze werkt niet meer’. Hij was namelijk uitgedroogd en helemaal hard geworden. Ik stelde haar voor om de spons onder de kraan te houden. Zij vergeet nooit meer wat sponswerking is!

'De grote vraag is: hoe verbind je die maatregelen aan een handelingsperspectief dat alle betrokkenen herkennen en waar ze zich aan willen verbinden?'

Van oudsher is de sponswerking van veel gebieden groot, omdat er moeras- of veenontwikkeling had plaatsgevonden. In de afgelopen eeuwen is de ontwatering van gebieden verbeterd, door het rechttrekken van beken en rivieren en het graven van nieuwe watergangen. Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw is de ontwatering sterk geïntensiveerd door verkaveling en herinrichting van gebieden en de aanleg van veelal diepe en smalle watergangen en sloten en drainagesystemen. We waren hiermee succesvol in het realiseren van optimale condities voor een hogere landbouwproductie, de ontwikkeling van dorpen en steden en de aanleg van infrastructuur. Deze optimalisatie paste bij het klimaat van halverwege de vorige eeuw en de toenmalige maatschappelijke ruimtevraag.

Als gevolg van al deze ingrepen liggen de grondwaterstanden in grote delen van Nederland tegenwoordig structureel lager, waarmee de grondwatervoorraad sterk is afgenomen. Veel veen- en moerasgebieden zijn verdwenen en water wordt met het systeem, dat is ontworpen op de situatie halverwege de vorige eeuw, snel afgevoerd. De sponswerking is voor een groot deel verloren gegaan.

Tegelijkertijd nemen de weersextremen als gevolg van klimaatverandering in rap tempo toe. Verbetering van de sponswerking van gebieden is nodig om te voorkomen dat een extreme bui leidt tot extreme afvoer en wateroverlast. Gebieden moeten meer en langer water vast kunnen houden. Daarnaast is verbetering van sponswerking nodig om beter bestand te zijn tegen lange periodes van droogte.

Met een duurzaam (grond)watervoorraadbeheer creëer je een buffer om ook in droge periodes over voldoende water te beschikken. Vanuit deze benadering wordt geredeneerd vanuit stroomgebieden, inclusief de bijbehorende gebiedskenmerken, het grondgebruik en het watersysteem. We kijken niet alleen naar de rivier of beek, maar naar het gehele systeem. De hele spons doet immers mee.

Beeld: © Waterschap Rijn en IJssel, bewerking H+N+S

Stroomgebied Oude IJssel en gemiddelde afvoerverdeling binnen het stroomgebied.

Hoe ziet sponswerking eruit?

Om dit te illustreren, nemen we het stroomgebied van de Oude IJssel als voorbeeld. Een gebied op de hoge zandgronden van Oost-Nederland dat kwetsbaar is voor droogte en waar extreme schade op kan treden als een ‘Limburgbui’ valt op dit stroomgebied. Vanuit het concept van sponswerking volgt dat de aanpak van droogte en wateroverlast met elkaar verbonden moet worden. Daarnaast moeten we naar het hele stroomgebied kijken, inclusief het Duitse deel, dat 70% van de oppervlakte beslaat. Daarbij kijken we niet alleen naar het watersysteem, maar ook naar het grondgebruik.

Maatregelen in het watersysteem zijn onder andere het aanpassen van de ontwatering met de aanleg van ‘droogtestuwen’ (kleine stuwen in de haarvaten van het watersysteem om het water langer vast te houden), het verondiepen en dempen van watergangen, en drainagesystemen op een hoger peil zetten. In het landschap kunnen maatregelen worden genomen zoals bodemverbetering – het voorkomen van verdichting en het verbeteren van vasthoudend vermogen – en de aanleg van landschapselementen, zoals (hout)wallen, die oppervlakkige afvoer beperken. Het gevolg is dat water na een bui minder snel wordt afgevoerd en langer wordt vastgehouden. Hierdoor worden piekafvoeren tijdens hevige regenval gedempt en neemt de gevoeligheid voor droogte af.

Om de sponswerking echt structureel te verbeteren is een integrale gebiedsaanpak nodig. Een structurele ingreep in het watersysteem heeft structurele effecten op de inrichting en het gebruik van een gebied, en andersom. Analyses voor het gebied van de Achterhoek en Liemers laten zien dat het vergroten van de sponswerking vraagt om aanpassing van een deel van het grondgebruik, oplopend naar 10 tot 30% van het areaal. Het is een transitie van de inrichting van het watersysteem én het gebruik. 

Een voorbeeld is de integrale gebiedsaanpak in de Landgoederenzone Baakse Beek. Waterschap Rijn en IJssel, gemeente Bronckhorst en provincie Gelderland werken hier samen met bewoners en landgoedeigenaren aan een klimaatrobuust gebied. Met als doel om het gebied voor de langere termijn duurzaam en rendabel te houden. Delen van de diep insnijdende Baakse Beek zijn sterk verondiept en hebben alleen nog een functie bij extreme afvoeren. Deze trajecten zijn vervangen door brede ondiepe laagtes, waardoor het water beter wordt vastgehouden in het gebied. Om dit mogelijk te maken is een deel van het grondgebruik aangepast. Op landgoed ’t Medler is 15% van het landbouwareaal omgezet naar natuur. 

In de Achterhoek en Liemers is de conclusie getrokken dat niets doen geen optie is. We zullen ons moeten aanpassen aan toenemende weersextremen om risico’s en schade te beperken en tegelijkertijd een aantrekkelijke, veilige en toekomstbestendige leefomgeving te behouden.