De tijd van sectoraal denken is voorbij

Gastcolumn van Deltapionier Albert Vos

Binnen het programma Eems-Dollard 2050 zoeken we buiten de gebaande paden op zoek naar innovatieve oplossingen. Een pad met de dynamiek van een pilot en een ‘getrapte’ aanpak om fysieke én institutionele grenzen te overbruggen. Met deze mindset doorbreken we de sectorale kokers! 

Van ‘Ohja, iets met koppelkansen’ naar systeembenadering 

We leven in een klein land waar relatief veel mensen wonen. Elk stukje van het land heeft wel een dubbel belang of meer. Vaak gaan we bij nieuwe ontwikkelingen eendimensionaal om met de ruimte: er moet iets gerealiseerd worden! En ohja, we moeten ook nog natuur compenseren. En ook nog iets met koppelkansen! Als je kijkt naar natuurcompensatie, kijk je idealiter – onder andere vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn - hoe dit onderdeel vooraf en met dezelfde kwaliteit een plek krijgt in een plan voordat iets  aangetast wordt of verdwijnt. Het heeft iets reactiefs en doet weinig recht aan de potentie die er binnen natuurlijke systemen als bijvoorbeeld de Waddenzee en de Eems-Dollard ligt.  

Persoonlijk streef ik naar een meerwaarde voor een natuurlijk systeem dat verder gaat dan slechts compensatie bij elke nieuwe ontwikkeling. Daarvoor is het nodig om proactief potentiële kansen binnen het natuurlijk systeem te onderzoeken, en te leren wat het nodig heeft om te verbeteren. Nog los van belang of vóór een geplande ontwikkeling. Binnen programma Eems-Dollard 2050 staat leren door te doen centraal, als manier van pionieren. Het gebied is complex, dynamisch en lastig te vatten in natuurlijke trends. Maar er is ook een urgentie om te veranderen; de landbouw staat onder druk door verscheidene oorzaken en ontwikkelingen, de natuur gaat sterk achteruit en ook perspectief voor de havens en hun baggerwerkzaamheden staat onder druk. Voeg daar ook nog ‘ergens’ een landsgrens aan toe, en je hebt een beter beeld van de uitdaging…

'De pilots dienen een groter doel: het is een middel om nog grotere doelen te bereiken'

Pilotdynamiek creëren bij grotere maatregelen

Door deze urgentie zijn rijk en regio gestart met pilots en projecten op kleine schaal, onder andere gericht op systeembenadering. Vanuit mijn eigen ervaringen als voormalig programmamanager van het uitvoeringsprogramma Meegroeiende kust zie ik ook dat op een pilotniveau vaak veel meer mogelijk is. Want als het moet, kunnen we om de regels heen werken. Zo leidden onze inspanningen tot een succesvolle pilot waarbij baggerslib uit de havens Eemshaven en Delfzijl gebruikt wordt om dijken te versterken en laaggelegen landbouwgronden op te hogen.

Bij zulke projecten is het wel de kunst om niet te blijven hangen op dit kleinschalig pilotniveau, maar daadwerkelijk stappen te zetten naar het opschalen van successen. De pilots dienen immers een groter doel: het is een middel om nog grotere doelen te bereiken. Het mooiste is om bij aanvang van een pilot een mogelijke opschaling al scherp – en wellicht al deels geregeld – te hebben. Als je het scharnierpunt van pilot naar opschaling een beetje voorbereidt, helpt dit om dit bestuurlijk door te zetten en minder snel consensus te verliezen over gemaakte keuzes voor een pilot.

Aan de andere kant is de dynamiek heel anders bij projecten of maatregelen op een grotere schaal: belangen, kosten en risico’s worden opeens ook groter en partijen kunnen de neiging hebben om zich terug te trekken in de eigen ‘sectorale koker’. Dan moet je elkaar juist goed vasthouden. Daarom hebben we binnen het programma Meegroeiende kust gekozen voor een ‘getrapte’ aanpak, om van brede termen en brede consensus naar concrete afspraken en commitment te gaan. En zo samen een meerwaarde creëren die de individuele partijen afzonderlijk niet kunnen realiseren of waar ze verantwoordelijk voor zijn.

Een gezamenlijke intentieverklaring met partijen uit het rijk, de regio en uiteenlopende belangenpartijen gaf de juiste focus om toe te werken naar een samenwerkingsovereenkomst met duidelijke afspraken over de te nemen maatregelen. Zo komt er ruimte voor natuur, en tegelijkertijd perspectief voor de landbouw in het gebied. Stapje voor stapje komen we dichter bij de daadwerkelijke realisatie, en gaan we van het ‘wat’ naar het ‘hoe’.

Als programmamanager van het programma Eems-Dollard 2050 is de tijdelijke benoeming tot ‘Deltapionier’ een mooie gelegenheid om de komende tijd meer en verdiepende inzichten te delen in een tijd dat iedereen tegen dezelfde fysieke en institutionele grenzen aanloopt. Want de tijd van sectoraal denken en werken is echt geweest. Laten we daarom investeren in en ons interesseren voor elkaar en elkaars organisatie. Op die manier kom je tot afspraken waar je het allemaal over eens bent, mogelijk al voordat een ontwikkeling zich voordoet.