Interview

Financieren voor de lange termijn: hoe kan het wél?

Vijf vragen aan Rob Rötscheid

Nederland staat voor grote investeringen in waterveiligheid en klimaatadaptatie. Minstens zo belangrijk als de plannen zelf, is de vraag hoe we die opgaven financieren. Wat kunnen waterbeheerders leren van het financieringsmodel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)? Vijf vragen aan WSW-bestuurder Rob Rötscheid over langetermijndenken, investeringskracht en financiële zekerheid.

WSW is een zelfstandige, privaatrechtelijke stichting en zorgt via borging voor gunstige financiering van woningcorporaties. Kun je kort uitleggen wat WSW is en wat volgens jou de kracht van die constructie is?

‘WSW is niet bij iedereen bekend, maar je kunt het vergelijken met de veel bekendere Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Waar NHG woningeigenaren helpt, staat WSW garant voor leningen van woningcorporaties. Inmiddels gaat het om ruim 105 miljard euro. Bijna alle woningcorporaties zijn deelnemer en dragen samen een belangrijk deel van het risico. In die zin lijkt WSW een beetje op een coöperatie.’

‘Een tweede belangrijk element is de achtervang door het rijk en de gemeenten. Als het eigen vermogen van WSW en de bijdragen van deelnemers bij een aanspraak op de borg niet voldoende zijn, verstrekken zij aanvullende middelen. Door deze opzet heeft WSW een AAA-rating van S&P en Moody’s. Deze onafhankelijke rating geeft financiers zekerheid en vertrouwen in de opzet van het WSW. Daardoor kunnen woningcorporaties relatief goedkoop lenen, ook voor lange looptijden. De belangrijkste financiers zijn de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). De kracht van de constructie is dat zij tot nu toe buiten de overheidsschuld blijft. Daardoor wordt het leenvermogen van woningcorporaties niet onnodig beperkt, terwijl WSW uiteraard wel duidelijke normen stelt aan wat een corporatie verantwoord kan lenen.’

'De WSW-constructie laat zien dat je investeringscapaciteit kunt vergroten zonder de financiële discipline los te laten’

De overheid moet de komende decennia grote investeringen maken om Nederland waterveilig en klimaatbestendig te houden. Wat kunnen we vanuit de waterwereld leren van de manier waarop WSW financiering organiseert?

‘Als investeren nú nodig is, moet financiering niet onnodig worden afgeremd door interne regels of wettelijke grenzen. Tegelijk moet je scherp onderscheid maken tussen investeringen en regulier onderhoud. Onderhoud hoort thuis in de gewone exploitatie; investeringen vragen om een andere blik en vaak om langjarige financiering. Nederland staat voor grote opgaven, zowel in infrastructuur als in woningbouw. Dan mag financiering geen belemmering zijn, zolang rente en aflossing verantwoord kunnen worden betaald uit huren, heffingen of andere stabiele inkomsten. De WSW-constructie laat zien dat je investeringscapaciteit kunt vergroten zonder de financiële discipline los te laten.’

Het Deltaprogramma kijkt nadrukkelijk naar de lange termijn, tot 2050 en verder. Hoe belangrijk is het volgens jou om ook de financiering van waterveiligheid en klimaatadaptatie op die lange termijn te organiseren?

‘Die lange termijn is cruciaal. Plannen voor waterveiligheid en klimaatadaptatie hebben vaak een lange doorlooptijd en vragen om zekerheid over meerdere kabinetsperiodes heen. In de woningcorporatiesector werken we met systemen die inzicht geven in de financieringsruimte van individuele corporaties én van de sector als geheel. Daarbij kijken we tien jaar vooruit, met zelfs een doorkijk naar de daaropvolgende vijftien jaar. Zo’n langjarig perspectief helpt om keuzes niet uit te stellen en investeringen beter te plannen.’

Welke voorwaarden moeten volgens jou zijn geregeld om de kapitaalmarkt een grotere rol te laten spelen bij de financiering van waterveiligheid en klimaatadaptatie?

‘In de basis werkt de verbinding met de kapitaalmarkt al behoorlijk goed. De NWB is daarvan een mooi voorbeeld: als eigen bank van de waterschappen vervult zij al jaren een sterke brugfunctie tussen publieke opgaven en de kapitaalmarkt. Ook voor woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties is zij een belangrijke financier. De bank is nog steeds goed in staat om aan de vraag te voldoen, ook bij leningen met lange looptijden. Het kapitaal is er dus. De belangrijkste voorwaarde is dat projecten financieel goed zijn onderbouwd en dat er stabiele inkomsten tegenover staan waarmee rente en aflossing kunnen worden betaald.’

'Klimaatrisico’s zijn dus geen abstract thema meer, maar onderdeel van het gewone financiële gesprek’

Zien jullie dat veranderende klimaatrisico’s invloed hebben op de financiering van leningen van woningcorporaties? Zo ja, welke?

‘Ja, klimaatrisico’s maken inmiddels standaard deel uit van onze risico-inschatting. We kijken bijvoorbeeld of corporaties voldoende middelen reserveren voor mogelijke schade. Funderingsschade is daarvan een concreet voorbeeld: corporaties moeten daar goed onderzoek naar doen en de kosten meenemen in hun meerjarenramingen. Daarnaast kijken we samen met onze stakeholders steeds nadrukkelijker naar bredere klimaatrisico’s. Recent hebben we bijvoorbeeld een uitgebreid overstromingsscenario doorgelopen. De lessen daaruit nemen we mee in onze beoordelingsmethodiek. Ook financiers en toezichthouders stellen hierover steeds vaker vragen. Klimaatrisico’s zijn dus geen abstract thema meer, maar onderdeel van het gewone financiële gesprek.’