Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal-gebied

Het watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal (ARK-NZK) vervult een belangrijke rol voor de zoetwatervoorziening en het beperken van wateroverlast in West-Nederland. In dit drukke gebied met ruim 4 miljoen inwoners zijn de gevolgen van klimaatverandering nu al onmiskenbaar: er is sprake van watertekorten in droge zomers, maar ook periodes met wateroverlast. 

In het Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaalgebied liggen twee metropoolregio’s: Amsterdam en Utrecht. Het gebied is van grote (economische) waarde, onder meer vanwege de belangrijke infrastructuur (Schiphol, de havens en veel datacenters) en intensief landgebruik. Al bij een geringe stijging van het waterpeil ontstaat wateroverlast. Ook bij een watertekort treedt schade op, zoals verdroging en verzilting, met nadelige gevolgen voor de landbouw, drinkwatervoorziening, natuur, en bodemdaling met gevolgen voor bebouwing en infrastructuur. Ontwikkelingen in de landbouw, stedenbouw en natuur hebben ook een grote invloed op het watersysteem. Een groot deel van het gebied ligt onder zeeniveau. Zeespiegelstijging zet het watersysteem en de functies verder onder druk; dat vraagt om tijdige aanpassingen.

Opgaven

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het watersysteem ARK-NZK aan zijn grenzen zit. Binnenvaart en zeevaart zijn afhankelijk van en hebben invloed op de robuustheid van het watersysteem. Er is nu al sprake van een grote wateropgave, met de bestrijding van wateroverlast, verzilting en droogte. Die opgave wordt groter door klimaatverandering, zeespiegel¬stijging en ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen. De cruciale vraag is hoe de inwoners in dit gebied droge voeten houden en over voldoende zoetwater blijven beschikken, nu én over 100 jaar. Het is een enorme uitdaging die niet kan worden opgelost met het bouwen van nieuwe gemalen. Ook is het belangrijk de functies in het gebied minder afhankelijk te maken van het watersysteem en nieuwe verstedelijkingsgebieden op geschikte locaties aan te leggen en klimaatadaptief in te richten. Voor de ruimtelijke inrichting van die gebieden zijn de randvoorwaarden van het waterbeheer steeds meer sturend. Ver vooruitkijken en anticiperen op ontwikkelingen is van belang om ook in de toekomst veilig te kunnen werken en wonen in dit gebied.

Naar een toekomstbestendig watersysteem

Het regionale programma Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/Noorzeekanaalgebied (TB) richt zich op de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van West-Nederland. Het is een gebieds-overstijgend traject waarbij waterbeheerders en provincies samenwerken. 

Het doel van dit programma is het hele watersysteem en de ruimtelijke inrichting robuust te maken, in samenhang met de vitale functies en ruimtelijke ontwikkelingen. De beperking van wateroverlast, verzilting, droogte en ruimtelijke adaptatie gaat samen met de opgaven voor ruimtelijke ordening, waterkwaliteit, ecologie en energie. De overheden verbinden de opgaven - van lokaal tot nationaal niveau - en zoeken hiervoor oplossingen. Dat doen zij in nauwe samenwerking met andere stakeholders. 

Het programma ontwikkelde ook een zogenoemde routekaart. Dit hulpmiddel maakt beslissingen voor een toekomstbestendig watersysteem zichtbaar. Ook bevat de routekaart een overzicht van strategische keuzemomenten voor de inrichting in het ruimtelijk systeem. Dit hulpmiddel voorziet bestuurders en andere beslissers van de juiste (beslis)informatie.

Ontwikkelingen in het Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaalgebied

  • Het TB-programma onderzoekt, samen met het Deltaprogramma Zoetwater, het zoetwatertekort en de verziltingsproblematiek in de regio. Welke maatregelen op korte en lange termijn zijn noodzakelijk? 
  • Om water (mede) sturend te laten zijn in het ruimtelijk domein werkt het TB-programma aan duidelijke randvoorwaarden waaraan ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen. Naast het vasthouden en/of bergen van water dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de waterafvoer en de neerslagtoename in het ‘eigen gebied’ te worden opgevangen (klimaatadaptief bouwen). Om overlap te voorkomen, vindt afstemming plaats met het landelijke programma ‘Water en bodem sturend’.
  • In samenwerking met spoor IV van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging zijn in gebiedssessies handelingsperspectieven voor de verre toekomst verkend. Dat gebeurde door middel van zogeheten ontwerpend onderzoek. Hoe zien oplossingsrichtingen voor de lange termijn eruit? Welke kansen en dilemma’s zijn er in het gebied wat betreft transities en opgaven?