Beslissing Zand

Het zand langs de Nederlandse kust vormt een natuurlijke bescherming tegen de zee. Door wind, golfslag en stroming verdwijnt er voortdurend zand in zee. Om te voorkomen dat strand en duinen zo hun beschermende functie verliezen, onderhoudt Rijkswaterstaat de kust met miljoenen kubieke meters zand per jaar via zandsuppleties, afkomstig van de Noordzeebodem. De Beslissing Zand omschrijft de doelen en uitvoering van deze zandsuppleties.

Het uitgangspunt van de Beslissing Zand is ‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’. Dat wil zeggen dat de kustlijn zo veel mogelijk een natuurlijk karakter blijft houden, waarbij duinen en strand de basis vormen van de kustbescherming. Om de zandbalans op orde te houden, ook als de zeespiegel stijgt en er vaker hevige stormen optreden, zijn in de toekomst wellicht grotere zandsuppleties nodig. Deze suppleties dragen niet alleen bij aan het handhaven van de kustlijn, maar ook aan lokale en regionale doelen voor een economisch sterke en aantrekkelijke kust.

Kennis

Er is meer kennis nodig om de zandsuppleties effectiever en kostenefficiënter te maken. Daarom is 'lerend werken' een belangrijk onderdeel van de Beslissing Zand: pilots uitvoeren, monitoren en onderzoek doen, en de resultaten benutten voor nieuwe besluiten. Dit gebeurt in het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0.

Sinds eind 2019 zijn alle data die met Kustgenese 2.0 zijn verzameld, openbaar en voor iedereen te downloaden. Daarmee beschikken wetenschappers uit binnen- en buitenland over een schat aan gegevens die weer tot nieuwe inzichten en innovaties kunnen leiden.

Het vervolg van Kustgenese 2.0 (extra monitoring, onderzoek en pilots) wordt onderdeel van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het doel is beter te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen die van invloed zijn op het zandige systeem. Op dit moment bedraagt de zandsuppletie 12 miljoen kubieke meter zand per jaar; vooralsnog is dat voldoende.