Bestuurders en directeuren zijn klaar voor De Staart!

Gebiedsontwikkeling leidt 99 van de 100 keer nog altijd tot extra klimaatopgaven. “Dat moet naar 1 van de 100 keer”, aldus watergezant Henk Ovink in zijn slotwoord van het debat ‘Klaar voor de Staart’. Volgens Ovink laten de resultaten van het IABR–Atelier Dordrecht zien dat het kan en welke maatschappelijke waarden dit oplevert. In dit Atelier is de opgave voor waterveiligheid ingezet als hefboom voor een duurzame stadsontwikkeling. Het Atelier onderzocht hoe het inrichten van De Staart als grootschalige schuillocatie bij een overstroming tegelijk een driver kan zijn voor de ontwikkeling van dit gebied. In het debat op 2 juli bespraken bestuurders en directeuren uit de regio de onderzoeksresultaten.

Het debat vond plaats in de Biesboschhal te Dordrecht, waar van 3 juli tot en met 14 augustus de tentoonstelling The High Ground is gehuisvest. Het debat begon met een introductie door wethouder Piet Sleeking, Deltacommissaris Peter Glas en directeur bestuurder van de IABR George Brugmans. Vervolgens gaf lead designer Adriaan Geuze (West 8), staande naast de grote maquette, een toelichting op de resultaten van het Atelier. Hij liet zien dat De Staart - het buitendijks en hoger gelegen stadsdeel van Dordrecht, nu een geïsoleerd gebied met veel problemen en weinig perspectief - een onverwacht belangrijke rol kan spelen bij het realiseren van de Dordtse waterveiligheidsagenda. Als hier gekozen wordt voor een waterveiligheid als hefboom-aanpak ontstaan er plots kansen voor een duurzame ontwikkeling van een aantrekkelijk woon- en werkgebied. Met nieuwe woonvormen, waterveilige voorzieningen om te schuilen bij hoogwater, innovatieve werkconcepten en een bijzonder getijdenpark aan de rivier. Alles in harmonie met de natuur en met nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer die tevens kunnen dienen als vluchtroutes.

Debat ‘Klaar voor de Staart’
Alle aanwezigen luisteren aandachtig tijdens het debat ‘Klaar voor de Staart’. Fotografie: Jarko van Witte-van Leeuwen

Dromen

Het debat was bedoeld om een discussie te starten over het toekomstbeeld voor De Staart en wat ervoor nodig zal zijn om dat te bereiken. Hiervoor gingen de bestuurders en directeuren in twee groepen uiteen. De discussietafels werden begeleid door TU-Delft professoren Ellen van Bueren en Chris Zevenbergen. Zij vroegen de bestuurders naar hun dromen voor het gebied en gingen met hen op zoek naar raakvlakken tussen deze dromen. In de individuele dromen kwamen veel ideeën uit het IABR-Atelier terug. De droom van Jeannette Baljeu, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, was dat de Staart zich ontwikkelt tot een gezond groen woon- en werkgebied. Arjan Driesprong, directeur Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, droomde over de toekomst van het Wantij als getijdenpark. In zijn droom blijven de huidige functies van het Wantij behouden, zoals de kwaliteit van rivierwater. Daarnaast krijgt het riviertje nog meer betekenis voor bewoners en recreanten. Volgens wethouder Marco Stam kan de integrale buurtaanpak helpen om samen met bewoners en bedrijven deze betekenis te verkennen.

Van ideeën naar realisatie

Dijkgraaf Jan Bonjer van Waterschap Hollandse Delta riep op om het niet bij dromen alleen te houden: “Hoe komen we van mooie ideeën naar realisatie?” Zijn oproep kon op weerklank rekenen bij andere bestuurders. Zij spraken naar elkaar de intentie uit om met kleine stappen, zoals een fietsroute die tegelijk evacuatieroute is, te beginnen en die ook te vieren. Door met concrete plannen te beginnen waar draagvlak en financiering voor is, kan er energie op de grotere dromen worden gemobiliseerd - zo was het idee. Deltacommissaris Peter Glas benadrukte het belang van een actieve betrokkenheid van de huidige bewoners van de Staart bij de plannen. Ook riep hij op tot een goede betrokkenheid van de Veiligheidsregio en Defensie. “Hiervoor treed ik vanuit mijn rol als Deltacommissaris graag als verbindingsofficier op”, bood Glas aan. Naast de wens om nu al stappen met de uitvoering te zetten, werd gevraagd om (tegelijkertijd) een strakke regie op de lange termijn te houden en hiervoor voldoende procesgeld te borgen.

De uitkomsten van het debat werden in ontvangst genomen door wethouder Sleeking. “Ik ben trots op deze tentoonstelling, en zie het als een geweldig resultaat richting het einde van mijn wethouderschap”, aldus Sleeking. Hij beloofde om zich de komende maanden nog wel in te zetten om de uitkomsten verder te brengen. Als dank voor zijn inzet voor de waterveiligheid van Rijnmond-Drechtsteden ontving hij van de Deltacommissaris het boek 'Johan van Veen, meester van de zee, grondlegger van het Deltaplan'.

Fotografie: Jarko van Witte-van Leeuwen