Nederland is een dichtbevolkt en laaggelegen land. Hierdoor zijn we extra kwetsbaar voor de gevolgen van extreem weer en klimaatverandering: wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Het risico op schade in bebouwd en landelijk gebied loopt op. De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie stelt dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht.  

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben als grote opgave dat ze keuzes en maatregelen uitvoeren omde schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo beperkt mogelijk te houden. Ze houden rekening met klimaatverandering bij zaken als bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het verbeteren van bestaand bebouwd gebied, en bij beheer, onderhoud en vervanging van riolering en infrastructuur. Daarbij maken ze gebruik van informatie over hoe het klimaat zich ontwikkelt: de klimaatscenario’s. Het einddoel en de gezamenlijke ambities zijn vastgelegd in de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Klimaatadaptatie vraagt een brede inzet, niet alleen van de overheden maar ook van private partijen.

Resultaten herijking

De urgentie om de gevolgen van weersextremen te beperken neemt toe. Er is meer nodig dan de huidige inzet om schade en maatschappelijke ontwrichting door extreem weer zoveel mogelijk te voorkomen. Het besef neemt toe dat klimaatadaptatie noodzakelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, een toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat en een weerbare samenleving.

De tweede herijking van de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie laat zien dat aanscherpingen nodig zijn. Hoofdlijnen uit de herijking:

  • De effecten van klimaatverandering zijn een urgent probleem dat om ingrijpende ruimtelijke keuzes vraagt.
  • Klimaatadaptatie is noodzakelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, een toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat en een weerbare samenleving.
  • Klimaatbestendig handelen is vereist in ál het beleid, (her)ontwikkeling en beheer en onderhoud. Alleen dan is de toenemende schade door weersextremen te beperken.
  • Overheden scherpen de aanpak aan en maken betere afspraken over rollen  en taken.  Zij stellen inhoudelijke, te monitoren doelen voor klimaatadaptatie.
  • Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle overheden over voldoende structurele capaciteit en middelen kunnen beschikken.
  • Voor wateroverlast wordt een nieuwe deelbeslissing toegevoegd.

DPRA-aanpak

Om te zorgen dat een gebied klimaatbestendig en waterrobuust kan worden ingericht, worden zeven stappen (voorheen ‘ambities’) doorlopen:

  1. Kwetsbaarheden in beeld brengen: De kwetsbaarheden voor extreme weersomstandigheden in een gebied, inclusief de vitale en kwetsbare functies, zijn bekend. Op basis van de KNMI-klimaatscenario’s uit 2023 is vanaf 2025 een tweede ronde ‘stresstesten’ gestart. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de geactualiseerde klimaateffectatlas. Er is een ‘Bijsluiter gestandaardiseerde stresstest’ opgesteld. Hiermee kan een ieder bepalen op welke manier actualisatie of verdieping van de reeds gedane stresstest het meest zinvol is. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk maken de resultaten van de door hen uitgevoerde stresstesten openbaar zodat een ieder inzicht heeft in de kwetsbaarheid van hun gebied en de urgentie van maatregelen.
  2. Risicodialoog voeren, strategie opstellen en het stellen van inhoudelijke doelen: De resultaten van de stresstest worden door overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, beheerders en bewoners besproken. Deelnemers maken afgewogen keuzes en komen tot een ambitie en een klimaatadaptatiestrategie. Het is een proces-op-maat dat bestaat uit allerlei gesprekken met diverse partijen en op meerdere schaalniveaus. Er is niet één type risicodialoog. Ter ondersteuning is de ‘routekaart risicodialoog’ uitgewerkt tot een handreiking, mede om een goede verbinding te maken met de resultaten en dialoog van de bovenregionale stresstesten. Daarnaast is een landelijke systematiek beschikbaar om doelen te concretiseren en indicatoren voor monitoring te bepalen. Hierbij is de ‘adaptatiepiramide’ een hulpmiddel, met drie invalshoeken a) natuurlijk systeem benutten waarbij het water- en bodemsysteem het uitgangspunt is bij ruimtelijke keuzes, b) bijdrage aan preventie en gevolgbeperking door klimaatbestendige inrichting, c) risicoacceptatie en voorbereid zijn op extreem weer. Via de DPRA procesondersteuning ondersteunt het Rijk de DPRA-werkregio’s bij het uitwerken hiervan.
  3. Uitvoeringsagenda opstellen: Uit de strategie volgt een uitvoeringsagenda, met daarin - lokaal of op grotere schaal - afspraken over wat, wanneer en door wie wordt uitgevoerd. Het gaat daarbij om concrete maatregelen, acties gericht op het activeren van andere betrokkenen, borging in beleid en organisatie, bewustwording of nader onderzoek.
  4. Integrale benadering / meekoppelkansen benutten: Voor een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting is het nodig dat ‘klimaatadaptatie’ een doorsnijdende opgave is bij alle andere ruimtelijke opgaven, zoals bij de woningbouwopgave, energietransitie, mobiliteitsopgave en de natuuropgave en bij regulier beheer en onderhoud en renovatie- en herstructureringsprojecten. Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een pagina ontwikkeld over meekoppelkansen benutten. Ook staan er op dit kennisportaal verschillende hulpmiddelen die je kunt gebruiken als je klimaatadaptatie samen met andere opgaven wilt aanpakken.
  5. Stimuleren en faciliteren: Om tot versnelling van de uitvoering te komen, is het van belang om de beschikbare kennis, instrumenten en ervaringen zoveel mogelijk te delen zodat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Klimaatadaptatienederland.nl is het kennisportaal waar een ieder informatie kan vinden om te komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijk inrichting, zoals handreikingen en voorbeelden van klimaatadaptieve projecten. Daarnaast biedt het Platform Samen Klimaatbestendig ondersteuning.
  6. Reguleren en borgen: De Omgevingswet geeft een impuls aan het reguleren en borgen van klimaatadaptatie in ruimtelijke visies en plannen. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen leggen hun visie op en beleid voor klimaatadaptatie vast in omgevingsvisies, omgevingsplannen en uitvoeringsagenda’s. De Omgevingswet vereist integrale afwegingen van alle opgaven in het ruimtelijke domein, dus ook klimaatadaptatie. In deze plannen kunnen randvoorwaarden aan de ruimtelijke inrichting gesteld worden, zoals aan de locatiekeuze bij nieuwbouw of aan de wijze van bouwen of inrichten. Het Ruimtelijk Afwegingskader en de landelijke maatlat zijn hierbij belangrijke instrumenten. Daarnaast zorgen ‘standaarden’ (zoals prak­tijkrichtlijnen, protocollen en praktijknormen die de praktijk van ontwerpen, bouwen en beheren bepalen) voor borging in de uitvoeringspraktijk van overheden en private partijen. Via het proces van weging waterbelang (voorheen ‘watertoets’) wordt nagegaan of ruimtelijke plannen voldoen aan de uitgangspunten voor klimaatbestendig en waterrobuust.
  7. Handelen bij calamiteiten: Niet alle kwetsbaarheden kunnen worden opgelost; er blijft voor alle thema’s een restrisico bestaan. Belangrijk is dat overheden, inwoners en bedrijven weten wat te doen bij dit restrisico, zowel vóór, tijdens, als na een crisissituatie.

De herijkte deltabeslissing ruimtelijke adpatatie zegt het volgende over de DPRA-aanpak:

  • De cyclische aanpak met stresstesten en risicodialogen voortzetten.
  • Klimaatadaptatie verankeren in ruimtelijk beleid.
  • Komen tot voldoende structurele financiering van ruimtelijke adaptatie, waarbij het ook kan gaan om betere inzet van bestaande instrumenten.
  • Het stellen van inhoudelijke doelen voor klimaatadaptatie volgens de opbouw van de DPRA-adaptatiepiramide en de voortgang daarvan monitoren.
  • Op rijksniveau erop toezien dat vitale functies in 2050 weerbaar zijn bij overstromingen en extreem weer.

Lees in het Syntheserapport Ruimtelijke Adaptatie de uitgebreide toelichting op de herijking.

Beeld: © Nationaal Deltaprogramma

In deze infographic is de herijkte deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie samengevat.

Aanpak

Een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting in 2050 klinkt nog ver weg. Maar er is nu actie nodig. Overheden analyseren de kwetsbaarheid van het eigen gebied met een stresstest (‘weten’). In een risicodialoog met alle relevante partners bespreken ze de resultaten van deze analyse. Ook vertalen ze die naar een adaptatiestrategie met concrete doelen en bijbehorende maatregelen (‘willen’). Ten slotte borgen ze deze ambitie in een uitvoeringsagenda, ruimtelijk beleid en overige programma’s en sectorbeleid, kaders en wet- en regelgeving (‘werken’). Deze stappen doorlopen overheden niet eenmalig, maar elke zes jaar of bij nieuwe ontwikkelingen. In 2025 is een nieuwe cyclus gestart. Daarin gaat het onder andere over het aanvullen of vernieuwen van de uitvoeringsagenda’s met klimaatadaptatiemaatregelen. De rijksoverheid zorgt voor het beschikbaar en actueel houden van de Klimaateffectatlas en het Kennisportaal Klimaatadaptatie, het faciliteren van het DPRA-netwerk en kennisuitwisseling en -doorwerking onder andere via het Platform Samen Klimaatbestendig

Nationale vitale en kwetsbare functies 

Voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting zijn de vitale en kwetsbare functies van belang. Dat zijn bijvoorbeeld de energievoorziening (elektriciteit, gas, olie), telecom en ICT (openbaar net en noodcommunicatie), afvalwater, drinkwater, gezondheidszorg (zoals ziekenhuizen),  gemalen en de mobiliteits-,transport- enwaternetwerken van Rijkswaterstaat en ProRail. In het Deltaprogramma is extra aandacht voor deze functies, omdat ze bij een overstroming of door extreem weer kunnen uitvallen. Uitval of verstoring veroorzaakt veel schade en zorgt voor grote problemen bij crisisbeheersing: onder meer digitale communicatie en beschikbaarheid van wegen zijn cruciaal voor evacuatie. De bovenste laag van de DPRA-adaptatiepiramide gaat over het vergroten van bewustzijn op dit vlak en versterking van crisismanagement.

Voor elke vitale en kwetsbare functie is maatwerk nodig; dat is in volle gang. Voor goed inzicht in de gevolgen van langdurige, extreme neerslag is aansluiting nodig tussen de DPRA-stresstesten en bovenregionale stresstesten wateroverlast die mede gericht zijn op cascade-effecten (zie ook verder). 

Belangrijk voor het werk aan vitale en kwetsbare functies is de samenwerking met de veiligheidsregio’s en aanbieders. Decentrale overheden hebben een belangrijke rol in de ruimtelijke ordening bij locatie- en (her)inrichtingskeuzes van vitale infrastructuur. In 2050 moeten de vitale en kwetsbare functies beter bestand zijn tegen overstromingen, wateroverlast, hitte en droogte.  

Mijlpalen 2020-2026

De afgelopen jaren is er al veel bereikt met de uitvoering van de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Een greep uit de mijlpalen:

  • Werkregio’s werken binnen hun eigen gebied met diverse partijen samen aan ruimtelijke adaptatie. Soms slaan de werkregio’s de handen ineen in gebiedsoverleggen. De werkregio’s hebben in de eerste DPRA-cyclus stresstesten uitgevoerd, risicodialogen gevoerd en uitvoeringsagenda’s opgesteld. Sinds 2025 werken de werkregio’s aan het actualiseren van stresstesten en een nieuwe ronde risicodialogen. Zij kunnen hiervoor gebruikmaken van een landelijk project gericht op procesondersteuning in alle 45 werkregio’s. Deze ondersteuning loopt door tot eind 2027. 
  • Vanaf 2024 worden er naast bestaande lokale en regionale DPRA-stresstesten ook bovenregionale stresstesten voor wateroverlast uitgevoerd. Deze moeten zorgen voor een landelijk beeld dat meer inzicht biedt in de risico’s van grootschalige extreme neerslag en mogelijke cascade-effecten. Dit is naar advies van de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater, die is ingesteld na de overstromingen in Limburg in 2021. 
  • Het Rijk ondersteunde overheden in de afgelopen jaren door kennis beschikbaar te stellen via:
  • Tot en met 2027 loopt de uitvoering van maatregelen in het kader van de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Het Rijk heeft uit het Deltafonds € 200 miljoen bijgedragen;  de decentrale overheden ruim € 400 miljoen. 
  • ‘Klimaatadaptief bouwen’ is door diverse provincies concreter uitgewerkt, bijvoorbeeld via bouwadaptief.nl. Deze uitwerking was de opmaat voor de Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving die in toenemende mate wordt geborgd door decentrale overheden. Daarnaast wordt voor de woningbouwopgave vanuit de woontop gewerkt aan borging van bijvoorbeeld een wateroverlastnorm op landelijk niveau.
  • Ook ontwikkelde het Rijk een Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving en een handreiking Klimaatbestendige vitale infrastructuur voor het bepalen van klimaatrisico’s.   
  • Er is een landelijke systematiek ontwikkeld om te komen tot meer concrete (tussen)doelen voor ruimtelijke adaptatie, met de adaptatiepiramide als hulpmiddel. Deze aanpak was de basis voor de Regionale Monitoring Klimaatadaptatie (RMK). Als onderdeel van de RMK worden landelijke indicatoren ontwikkeld die ontsloten worden via de Klimaateffectatlas. Bij het opstellen van de systematiek en de RMK is gebruikgemaakt van de kennis en ervaring uit het LIFE-IP Klimaatadaptatieprogramma (2022-2027).
  • De ministeries van VRO, IenW, LVVN en VWS hebben in 2026 een ontwerp voor herziening van de Nationale klimaatadaptatiestrategie uitgebracht.  Hierin staan onder andere acties die de ministeries op zich nemen voor 15 opgaves, waaronder het klimaatrobuust maken van de gebouwde omgeving en voor klimaatadaptatie van natuur en landbouw.
  • Er is een verkenning uitgebracht naar de mogelijkheden voor structurele financiering (bekostiging van maatregelen en keuzes). Als vervolgstap worden adviezen uitgewerkt voor betere benutting van bestaande instrumenten en nieuwe concepten voor de financiering van maatregelen op hoger schaalniveau. . 
  • De ministeries van VRO, IenW, LVVN en OCW hebben een nationale aanpak van de funderingsproblematiek  ontwikkeld .
  • Rijkswaterstaat en ProRail hebben in 2021 hun stresstesten en risicodialogen afgerond en werken momenteel (2026) aan een acualisatie hiervan. De resultaten van Rijkswaterstaat zijn verwerkt in de Rijkswaterstaat Klimaateffectatlas.  

Plannen

De komende jaren werken we door aan de uitvoering van de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie en de versterking van het programma. Belangrijkste onderdelen zijn:  

  • Het verbinden van de opgave voor klimaatadaptatie met andere ruimtelijke opgaven, zoals de woningbouwopgave, de energietransitie, de landbouwtransitie, bodemdaling, biodiversiteit en de mobiliteitstransitie.  
  • Zorgen voor ondersteuning en kennisdeling via het Kennisportaal Klimaatadaptatie en de Klimaateffectatlas.
  • Verbinden van DPRA met de uitvoering van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie.
  • Samenwerking van Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie met Deltaprogramma Zoetwater en Deltaprogramma Waterveiligheid versterken.  
  • De werkgroep structurele financiering werkt aan een advies over betere inzet van  financiële instrumenten en over passende financiële arrangementen voor gezamenlijke investeringen (gebiedsschaal).

De uitvoering van het programma LIFE-IP Klimaatadaptatie. Dit Nederlandse programma, met cofinanciering door de Europese Unie (EU), omvat maatregelen voor het versnellen van de uitvoering van klimaatadaptatiemaatregelen in Nederland.