In Nederland is bescherming tegen overstromingen van levensbelang. Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel, nemen de rivierafvoeren toe en zullen hoge waterstanden vaker voorkomen. Het doel van de Deltabeslissing Waterveiligheid is dat de kans op overlijden door een overstroming voor iedereen achter de dijken uiterlijk in 2050 niet groter is dan 1 op 100.000 per jaar (oftewel 0,001%). Dit is het ‘basisbeschermingsniveau’.
Het beschermingsniveau is hoger op plekken waar de mogelijke gevolgen heel groot zijn, bijvoorbeeld als er mogelijk veel slachtoffers vallen, veel economische schade zal zijn en/of schade zal ontstaan aan vitale infrastructuur die van nationaal belang is.
Normen primaire waterkeringen
De veiligheidsdoelen van de deltabeslissing Waterveiligheid zijn vertaald naar normen voor de primaire waterkeringen: de dijken, duinen, dammen en stormvloedkeringen die ons land beschermen tegen overstromingen vanuit de zee, de grote rivieren en de grote meren. Deze normen gelden sinds 1 januari 2017 en zijn vastgelegd in de Omgevingswet.
Opgaven
In 2050 moeten alle primaire waterkeringen voldoen aan de waterveiligheidsnormen. Ongeveer 1400 km van de in totaal 3500 km aan primaire keringen moet nog versterkt worden. Ook moeten we blijven zorgen voor een betrouwbare afvoer van (rivier)water om overstromingen te voorkomen. Dit is een enorme opgave. In deze opgave zijn ontwikkelingen als de verwachte zeespiegelstijging al meegenomen tot 2050 en verder. In de praktijk zullen we na afronding van het lopende HWBP continu met minimaal vergelijkbare inspanning verder moeten werken aan nieuwe rondes dijkversterkingen. Om de keringen op orde te houden en ook om de zeespiegelstijging bij te houden.
Resultaten herijking
Op basis van de uitkomsten van de tweede herijking van het Deltaprogramma is er geen aanleiding om de doelstellingen of systematiek van de deltabeslissing Waterveiligheid te veranderen. Belangrijke inzichten komen daarbij uit het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Hoofdlijnen uit de herijking:
- De aanpak voor waterveiligheid is robuust en toekomstbestendig.
- Het versterken van dijken moet in hoog tempo door, zodat ze in 2050 aan de normen voldoen.
- Zekerstellen dat de aanpak in de toekomst mogelijk blijft: er moet genoeg ruimte en zand zijn.
Daarvoor is deze aanpak nodig:
- Doorgaan met kustonderhoud door zandsuppleties en zand beschikbaar houden voor toekomstig kustonderhoud.
- Op tijd voorbereiden op het eind van de levensduur van de stormvloedkering: wat zijn de keuzes?
- Doorgaan met dijkversterkingen in het HWBP en langs alle grote wateren ruimte reserveren voor toekomstige versterkingen.
Lees in het Syntheserapport Waterveiligheid de toelichting op de herijking.