Voldoende zoetwater is cruciaal voor ons land, onder meer voor de stabiliteit van dijken, voor natuur en voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening. Veel economische sectoren zijn afhankelijk van zoetwater, zoals landbouw, scheepvaart en industrie. Deze sectoren hebben een substantieel aandeel in de nationale economie. Daarnaast is voldoende zoetwater is van belang voor de volksgezondheid en het leefmilieu in de stad en draagt het bij aan het tegengaan van bodemdaling.

Watertekort en droogte

Toch is voldoende zoetwater niet vanzelfsprekend. In Nederland krijgen we water uit regen en binnenstromende rivieren, maar er kan er een watertekort ontstaan. Hoe kan dat? Droogte ontstaat als er een langere periode minder regen valt dan normaal. Ook verdampt er dan veel water door de zon en komt er minder water binnen via de Rijn en de Maas. Als de vraag naar water groter is dan er beschikbaar is, spreken we van een watertekort.  

De mate waarin een watertekort ontstaat, verschilt per plek. Naar lage delen van Nederland kan bij een watertekort extra water worden gestuurd via rivieren en kanalen. Hogere zandgronden, zoals de Veluwe, zijn juist volledig afhankelijk van regen en grondwater. Klimaatverandering vergroot de problemen rondom droogte. Droge periodes komen vaker voor en duren langer. Tegelijk is door groei van de economie en de bevolking steeds meer water nodig.

Dat het aanbod van zoetwater niet altijd toereikend is, bleek tijdens verschillende langdurige droogteperioden, onder meer in de zomers van 2018, 2019, 2020, 2022 en 2026. In heel Nederland leidde de droogte tot grote problemen en schade. In landbouw- en natuurgebieden en in de tuinbouw ontstond schade door verzilting en gebrek aan zoetwater. In stedelijk en landelijk gebied waren er problemen met de waterkwaliteit. Ook de scheepvaart ondervond problemen door lage waterstanden in de rivieren.

Naar verwachting nemen deze problemen in de toekomst toe. De Deltascenario’s laten zien dat de natuurlijke beschikbaarheid van oppervlakte- en grondwater van voldoende kwaliteit afneemt, onder andere door klimaatverandering en verzilting. In droge zomers heeft Nederland nu al zoetwatertekorten. In de toekomst gaat dit vaker gebeuren. Om hierop voorbereid te zijn, zijn nu stappen nodig.

Projecten, activiteiten en mijlpalen

De komende jaren staan in het teken van de uitvoering van de Deltabeslissing Zoetwater. Enkele mijlpalen in deze periode zijn: 

  • De laatste maatregelen van de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021) zijn in 2027 gereed. Het gaat om de natuurlijke inrichting van het Dwarsdiepgebied, de versterking van de Friese IJsselmeerkust, de subsidieregeling bevaarbaarheid als onderdeel van de implementatie van het peilbesluit IJsselmeergebied 2018 en de verhoging van wateraanvoer Noordervaart.
  • In 2025 kwam de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) naar West-Nederland gereed. De KWA is een pakket aan maatregelen om te zorgen dat er vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek nog meer zoetwater naar West-Nederland kan worden aangevoerd. Een aanvoersysteem van zoetwater dat wordt ingezet tijdens extreem droge periodes en lage afvoeren van de grote rivieren zoals in de zomer van 2026. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben dit met steun en financiering uit het Deltaprogramma gerealiseerd. De maatregelen liepen uiteen van het opheffen van flessenhalzen in sluizen en bij bruggen tot het vergroten van weteringen en het verbeteren van gemalen in onder meer Utrecht, Nieuwegein, Woerden en Bodegraven. Hierdoor is het nu mogelijk om in plaats van 7 m3/s tot wel 15 m3/s zoetwater naar het westen van Nederland te pompen, grofweg niet 1 maar 2 zwembaden per minuut. De capaciteitsuitbreiding is geheel gefinancierd vanuit het Deltafonds; de totale kosten bedroegen ruim 30 miljoen euro.
  • Er wordt gewerkt aan de maatregelen voor de tweede fase van het Deltaplan Zoetwater (2022-2027). Hoewel de realisatie langzamer verloopt dan gepland, zijn zo’n 65 maatregelen in de verschillende zoetwaterregio’s gefinancierd uit het Deltafonds. Het Deltaprogramma Zoetwater toetst toekomstige strategieën en maatregelen voor na 2027, zodat ze minimaal tot 2050 bestendig zullen zijn.
  • Begin 2027 stellen Rijk en regio’s de zoetwatermaatregelen vast voor fase 3 van het Deltaplan Zoetwater (2028-2033), op basis van de beschikbare middelen in het Deltafonds en cofinanciering van provincies, waterschappen, gemeenten en watergebruikers, zoals drinkwaterbedrijven. Eind 2027 wordt het Deltaplan Zoetwater 2028-2033 gepresenteerd. 
  • De samenwerking met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt verder versterkt.

Kennis en onderzoek

De kennis over zoetwater blijft up-to-date met de kennisagenda’s van het Deltaprogramma en het Deltaprogramma Zoetwater. De kennisagenda Zoetwater wordt jaarlijks geactualiseerd. Het delen van uitkomsten van onderzoeken en pilots gebeurt op kennisdagen en tijdens landelijke en regionale presentaties.

Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging brengt in beeld wat de verschillende scenario’s voor zeespiegelstijging betekenen voor de zoetwaterbeschikbaarheid en het ruimtegebruik (zoals voor landbouw en natuur).