Thema 'droger'

Door klimaatverandering kan de kans op droge perioden en waterschaarste toenemen. Dit kan leiden tot lage waterstanden in de rivieren, neerslagtekorten en verzilting van inlaatpunten. Al deze factoren beperken de beschikbaarheid van zoetwater.

Actuele situatie

Grondwaterstand

Droogte wordt gekenmerkt als een periode waarin het neerslagtekort relatief groot is. Volgens het KNMI Klimaatsignaal’21 (figuur 7.2) neemt het maximale neerslagtekort in het binnenland toe, maar is de trend in de kustgebieden niet sterk.

De jaarlijkse laagste zomergrondwaterstand (LG3) nabij Ruurlo was in de jaren 2018-2021 duidelijk lager dan in de periode daaraan voorafgaand. In 2021 was deze zomergrondwaterstand aanzienlijk hoger dan in de voorgaande jaren.

Grondwateronttrekkingen

Uit CBS-gegevens van landelijke grondwateronttrekkingen blijkt dat in drogere jaren, zoals 2003, 2006, 2018, 2019 en 2020 piekverbruiken optreden bij landbouw en (in mindere mate) bij drinkwaterbedrijven. Door de drie opeenvolgende droge jaren 2018 - 2020 is er een licht stijgende trend in de onttrekkingen door de drinkwaterbedrijven en landbouw. De onttrekkingen voor industrie/delfstoffen/afvalbeheer nemen daarentegen langzaam af.

Gronwateronttrekking voor beregening

Het gebruik van grondwater voor beregening laat een piekverbruik zien in droge jaren zoals 2003, 2006, 2018, 2019 en 2020. De piekverbruiken komen voornamelijk voor in de sector akkerbouw en in de veeteelt (beregening graslanden). Ook voor 2022 is de verwachting dat de grondwateronttrekking door de sector landbouw relatief hoog was.

Beregend oppervlakte

De akkerbouw toont een opvallende stijging, die deels veroorzaakt wordt door een toename van akkerbouw areaal. In drogere jaren (2018 - 2020) zien we een piek in het beregend areaal in de akkerbouw en veehouderij (graslanden).

Zoet- en zoutwateronttrekkingen

Onttrekkingen van (zoet) oppervlaktewater laten sinds 2013 een afname zien, terwijl gebruik van zout oppervlaktewater toeneemt. Het grootste deel van de onttrekking is voor doorstroomkoeling en wordt ook vrijwel direct weer teruggevoerd naar het oppervlaktewater. Bij de sectoren drinkwaterbereiding en landbouw worden daadwerkelijk water onttrokken en gebruikt voor drinkwaterbereiding en voor irrigatie en voor drenking van vee, maar gaat het om relatief kleine hoeveelheden water. Een wijziging van koelwatergebruik door een verandering van het vestigingsbeleid in de elektriciteitssector (met meer productiecapaciteit aan kustwateren) verklaart de afname van onttrekkingen van zoet water . Jaar-op-jaar fluctuaties, zoals in de periode 2017-2019, worden ook veroorzaakt door fluctuaties in de centrale elektriciteitsproductie. In 2018 was de productie lager dan in omringende jaren en dat is zichtbaar in een lager gebruik aan koelwater uit zoet oppervlaktewater. In 2019 en 2020 steeg het gebruik weer licht.

Neerslagtekort

Deze grafiek laat zien dat het maximaal neerslagtekort van jaar tot jaar sterk varieert, vooral door de grote variabiliteit in de neerslag. Daarnaast zien we dat de ‘normaal’, het 30-jarig gemiddelde (de drie zwarte horizontale lijnen 1931-1960, 1961-1990, 1991-2020) in de loop der tijd fluctueert. De gekleurde horizontale lijnen rechts geven de toekomstige normaal rond 2050 en 2085 weer, volgens de vier KNMI’14 klimaatscenario’s.

Lage rivierstanden Maas en Rijn

Voor grote delen van het land is naast neerslag ook rivierwater een bron van zoet water. Voor zowel de Rijn als de Maas is het aantal dagen dat de rivierafvoer bij de landsgrenzen uitzonderlijk lage waarden bereikte niet onderhevig aan een systematische trend.

Bosbranden

Een mogelijk gevolg van klimaatverandering is een toename van het aantal droge zomers en daarmee ook van de kans op natuurbranden. De kans op het voorkomen van branden heeft een link met de droogtegraad van een betreffende zomer. In de figuur is te zien dat in de droge jaren 2018, 2020 en 2022 een aantal grote branden voorkwam. In 2020 was sprake van een groot afgebrand oppervlak. Ook het jaar 2019 was relatief droog, maar voor dat jaar zijn er geen grotere branden gedetecteerd. 

Visuele statistieken bosbranden
Figuur: Branden (oppervlak en aantal) in Nederland (o.b.v. Copernicus-satelliet)

Conclusie thema droger over trend/signaal: Meerjarige trends wijzen op een toename van het neerslagtekort in het binnenland. De recente droge jaren 2018-2020 gingen gepaard met een toename van wateronttrekkingen uit grondwater, met name voor de akkerbouw en graslandteelt en gingen gepaard met lagere zomergrondwaterstanden. Een trend in het aantal droge episoden is niet zichtbaar in rivierafvoeren.