De voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta komt voort uit de deltabeslissingen Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie en is in 2026 geactualiseerd. De strategie richt zich niet alleen op waterveiligheid en zoetwatervoorziening, maar ook op een veerkrachtige ecologie. Een veerkrachtige ecologie ligt aan de basis van een vitale economie en een duurzame leefomgeving in de Zuidwestelijke Delta. Het werken aan een veerkrachtige ecologie is nodig om de nadelige effecten van menselijke ingrepen, zoals de Deltawerken en de effecten van klimaatverandering te verminderen. De voorkeursstrategie is uitgewerkt in een pakket maatregelen voor de Zuidwestelijke Delta.
Uitgangspunten herijkte voorkeursstrategie
Uitgangspunt voor de herijkte Integrale Voorkeursstrategie is de Integrale Voorkeursstrategie van 2014 en het eerste ijkmoment in 2020. De Integrale Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta behoeft naast een voortvarende voortzetting van de uitvoering en oprekmogelijkheden ook aanscherping op specifieke onderdelen. Ook gaat gewerkt worden aan een Ontwikkelagenda in het Deltaprogramma als voorbereiding op keuzes voor de perspectieven na 2050 en de implicaties daarvan op keuzes vóór 2050. Hiernaast komt er een regionale kennisagenda voor Zuidwestelijke Delta.
Uit de Verkennende Systeemanalyse Zuidwestelijke Delta (2024) bleek dat de voorkeursstrategie op veel punten nog houdbaar is. De waterveiligheidsstrategie met de huidige (waterstaatskundige) inrichting van deltawerken en deltawateren is oprekbaar tot 2050 en mogelijk tot 2100. De Zeeuwse Delta en de Rijn-Maasmonding zijn aan elkaar gekoppeld via de Volkeraksluizen. Keuzes voor inrichting op lange termijn kunnen dan ook beïnvloed worden door landelijke keuzes, zoals over de inrichting van de Rijn- Maasmonding en de afvoerverdeling (hoge en lage afvoeren) van de grote rivieren. Het is belangrijk om onderzoek te starten naar de nationale en regionale langetermijnstrategieën en daarin intensief met de omliggende gebieden samen te werken. De uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma vraagt extra inspanning in kosten en menskracht. Waterkwaliteit en ecologie, beschikbaarheid van zoetwater in gebieden zonder aanvoer en ruimtelijke adaptatie vragen nu al om versnelde uitvoering van maatregelen. Met name het versterken van ecologie en waterkwaliteit is urgent, want geen enkel deltawater voldoet volledig aan de doelen.
De huidige integrale voorkeursstrategie is ontoereikend voor de ecologie en waterkwaliteit in de Zuidwestelijke Delta. Voor beide aspecten zijn de knikpunten al gepasseerd. Daardoor is de balans tussen de hoekpunten ‘klimaatbestendig en veilig’, ‘economisch vitaal’ en ‘ecologisch veerkrachtig’ verstoord ten nadele van ‘ecologisch veerkrachtig’.
In de strategie komt meer aandacht voor de landelijke en regionale invulling van ruimtelijke adaptatie. Dit zorgt voor betere weerbaarheid tegen weersextremen door klimaatverandering, zoals wateroverlast en droogte. De strategie zorgt dat de opgaven en maatregelen voor waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie goed worden afgestemd en passen binnen de gewenste ruimtelijke inrichting van de Zuidwestelijke Delta.
De Integrale Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta blijft op hoofdlijnen ongewijzigd, maar vraagt aanscherping van doelen en concrete maatregelen op specifieke onderdelen. Hierna is op hoofdlijnen en thema’s benoemd wat hetzelfde blijft en wat wordt voortgezet.
Dit blijft hetzelfde
- Waterveiligheid blijft de basis. De bestaande strategie van dijken, dammen en keringen wordt voortgezet en waar nodig versterkt, met aandacht voor innovatieve oplossingen, zoals dynamische dijkzones.
- Zoetwaterbeschikbaarheid in gebieden met externe aanvoer handhaven op het huidige niveau tot ten minste 2050. Dit wordt robuuster georganiseerd via een ketenaanpak: vasthouden, opslaan en hergebruiken. De regio werkt aan gebiedsspecifieke oplossingen.
- Ecologische veerkracht versterken door herstel van estuariene dynamiek, verbindingen (land-water en tussen wateren) en vergroten van leefgebieden. Hier is versnelling in de uitvoering nodig, omdat ecologie en waterkwaliteit niet op orde zijn en deels verder verslechteren. Projecten als Kier Haringvliet, Getij Grevelingen (mits financieel haalbaar) en suppleties in de Oosterschelde dragen hieraan bij, maar ook kleinschalige maatregelen voor meer geleidelijke zoet-zoutovergangen voor vismigratie.
Aanscherpingen en aanvullende maatregelen
Waterveiligheid
- Ontwikkelen van bestuurlijke daadkracht om tot uitvoering van samenhangende en gebiedsgerichte maatregelen te komen door meer integrale programmering van verschillende opgaven: waterveiligheid verbinden met zoetwaterbeschikbaarheid, ruimtelijke adaptatie én ecologie en waterkwaliteit voor een economisch vitale delta.
- Versterken van de inzet op laag 2 (ruimtelijke inrichting) van meerlaagsveiligheid om bij te dragen aan de waterveiligheidsopgave en de gevolgen van overstromingen in gebieden te verkleinen.
Zoetwaterbeschikbaarheid
- Een zoet perspectief als uitgangspunt voor het Volkerak-Zoommeer.
- De afspraken voor aanvoer vanuit het hoofdwatersysteem volgens de huidige waterakkoorden zijn ten minste houdbaar tot 2050.
- Handhaven van de huidige zoetwaterbeschikbaarheid van de regionale (aanvoer)systemen tot ten minste 2050 door de watervraag van gebruikers te verminderen en het regionale watersysteem aan te passen.
- Focus op (meer) zelfvoorzienendheid, zowel in gebieden zonder als met aanvoer, met een grote ambitie om water vast te houden, slim te beheren zonder aanspraak op extra aanvoer uit het hoofdwatersysteem (Hollandsch Diep - Haringvliet) en te innoveren op besparen, benutten en bergen van zoetwater.
- In de gebieden zonder externe aanvoer wordt de weg naar zelfvoorzienendheid versneld doorgezet. Er wordt gewerkt aan brede implementatie hiervan. De regio staat open voor het verkennen van kleinschalige uitbreidingen van het areaal met externe aanvoer wanneer deze evidente waarde toevoegen (zoals buffering), toekomstbestendig zijn en de extra vraag aan het Volkerak-Zoommeer beperkt blijft. Daarbij wordt de vraag uit het Hollands Diep en Haringvliet niet verhoogd. Inzet is voornamelijk op meervoudig watergebruik. Hierbij is te denken aan kansen als bij Reimerswaal, waarbij het water dat wordt gebruikt voor doorspoeling van het Volkerak-Zoommeer nogmaals wordt benut.
- Transparant zijn naar gebruikers: duidelijkheid geven over de waterbeschikbaarheid nu en in de toekomst en hoe het water wordt verdeeld.
Ecologie en waterkwaliteit
- De ecologische streefbeelden van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) zijn richtinggevend en ondersteunend voor de Integrale Voorkeursstrategie. Ze geven de richting aan voor de ontwikkeling van de grote wateren naar een gezond en veerkrachtig ecosysteem in 2050 en de systeemmaatregelen die daaraan bijdragen. Door deze streefbeelden naast toekomstbeelden van andere functies te zetten, is integrale politiek-bestuurlijke besluitvorming mogelijk. Inhoudelijk ligt de focus in de streefbeelden op ruimte maken voor natuurlijke dynamiek, uitbreiden van leefgebieden en creëren van goede ecologische verbindingen.
- Versneld uitvoeren van maatregelen voor Kaderrichtlijn Water (KRW), Natura 2000 en Natuurherstelverordening, zoals grotere geleidelijke zoet/zout-overgangen voor vismigratie, nutriëntenuitwisseling tussen het nutriëntrijke Volkerak-Zoommeer en de nutriëntarme Oosterschelde en nieuwe estuariene natuur. In dit verband is het ook belangrijk dat herstel van getij op het Grevelingenmeer financieel haalbaar wordt.
- Urgentie benadrukken, inzetten op verbinding met andere doelen (zoals waterveiligheidslandschappen) en maatregelen voor waterveiligheid en zoetwater toetsen op kansen voor natuurversterking.
Ruimtelijke adaptatie
- Onderzoeken of het meerwaarde heeft om een gezamenlijke strategie ruimtelijke adaptatie op te stellen gebaseerd op de drie deelstrategieën voor het gehele gebied van de Zuidwestelijke Delta.
- Wateroverlast zal in samenhang worden bezien met zoetwaterbeschikbaarheid en er wordt onderzocht hoe het elkaar kan versterken, bijvoorbeeld door het versterken van de sponswerking van de bodem.
- Ruimtelijke adaptatie wordt in combinatie met het principe van meerlaagsveiligheid bekeken.
Ontwikkelagenda Nationaal Deltaprogramma
Grote systeemwijzigingen op de schaal van de Zuidwestelijke Delta/Rijn-Maas-Scheldemonding zijn nog niet nodig. Wel vragen noodzakelijke keuzes voor de toekomst nu al voorbereiding.
- De nationale keuze voor inrichting van de Rijn-Maasmonding vraagt mogelijk al vanaf 2040 regionale systeemkeuzes in de Zuidwestelijke Delta.
- De hiermee samenhangende keuze voor het afsluiten of openhouden van de Nieuwe Waterweg bepaalt onder andere de piekwaterberging op en/of de rivierafvoer via Volkerak-Zoommeer en mogelijk andere grote wateren.
- Zuidwestelijke Delta richt zich daarom in de periode 2027-2032 op concrete uitwerking van toekomstgerichte adaptatiepaden. Dit gebeurt onder de paraplu van de deltabeslissing Grote rivieren en delta’s.Daarnaast sluit de Zuidwestelijke Delta aan op de langetermijndenkrichting ‘Meegroeien met zeespiegelstijging’ en verkent het kansen voor een ecologisch goed functionerend systeem door verder herstel van verbindingen.
De partners van Zuidwestelijke Delta willen vooruitlopend op de vorming van langetermijnperspectieven grootschalige pilots uitvoeren met onder andere waterkerende landschappen in het focuspunt Van lijnen naar zones. Hiermee wordt kennis en ervaring opgebouwd, zowel voor integrale oplossingen binnen de huidige strategie als voor toekomstige keuzes.
Ruimtelijke uitdagingen
Om het water- en bodemsysteem toekomstbestendig te maken, is ingrijpen noodzakelijk. De Zuidwestelijke Delta doet dat door de genoemde thema’s doelgericht uit te werken en in het ruimtelijk systeem structureel ruimte te reserveren voor wateropgaven. Dit is naast ecologische noodzaak ook een randvoorwaarde voor brede welvaart.
In een regio met hoge ruimtedruk vraagt dit om scherpe keuzes: ruimtelijke aanpassingen, innovatieve oplossingen en maximaal meervoudig ruimtegebruik. Het combineren van functies op dezelfde plek vereist een integrale, toekomstgerichte blik op de doorontwikkeling van onze strategie, als voorbereiding op de grote systeemingrepen die nodig zijn voor de Delta 2.0.
Daarom wordt nu versneld en wordt krachtig ingezet op meervoudig ruimtegebruik en gebiedsgericht gewerkt aan oplossingen die zowel het watersysteem als de brede welvaart van de regio versterken. De meerwaarde van de Zuidwestelijke Delta: het organiseren van een samenhangende visie die verschillende perspectieven verbindt en die keuzes durft te maken.
Langetermijnverkenning
Op weg naar de Delta 2.0 zijn keuzes nodig op de korte, middellange en lange termijn. Langetermijndenken is dan ook cruciaal in het proces. Om de uiteindelijke sprong haalbaar en vloeiend te maken wil de Zuidwestelijke Delta in de hink en de stap daarnaartoe al zo goed mogelijk voorsorteren.
- De hink (2027–2032) richt zich op wat nú moet en kan: het huidige systeem voortzetten en voorbereiden op oprekken in combinatie met no-regret-maatregelen.
- De stap (2032–2050) staat voor opschaling en systeemoprekking: maatregelen die meerdere denkrichtingen mogelijk blijven maken.
- De sprong (2050–2100) betreft de systeemkeuzes, afhankelijk van klimaatverandering en als onderdeel van nationale besluiten. Hierbij sluiten we aan bij de bovenregionale nadere uitwerking van de langetermijndenkrichtingen van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging ‘Beschermen’, ‘Meebewegen’, ‘Meegroeien’ en ‘Zeewaarts’.